home > dutch > studies > christusalsgod.php


De Leer van de (Absolute) Godheid van Christus

Contra de Leer van het Wachttoren Gezelschap

© Chris Bouter





Het Tetragrammaton: hwhy

Jehovah, Jahweh, of Jihweh?


De naam Jehovah is een vermenging van Gods naam JHWH en de klinkers van het Hebreeuwse woord voor 'Heer' ('Adonai' [lett. 'mijne heren']: in de meeste gevallen als plurale majestatis {Latijn voor 'majesteitsmeervoud'}; maar hier toch niet helemaal toevallig als meervoudsvorm, evenals het woord voor God in de meervoudsvorm is ['Elohim' (lett. 'machten')]. Vgl. Gen.1:26: "Laten wij Adam ((d.i. 'mens', ev. 'mensen'; niet 'de mens', want Christus is 'de mens' volgens Joh. 19:5 {ik geef toe dat de manier van uitleg achter deze gedachte aanvechtbaar is, maar niet de theologische idee erachter})) maken . . ."). De naam van God werd beschouwd als te heilig om uitgesproken te worden en men las 'Heer'. Het Hebreeuws bestaat uit medeklinkers en de klinkers werden erbij gedacht. Later werden ze onder en boven de woorden geplaatst in de vorm van kleine streepjes en puntjes, omdat men ze dreigde te vergeten.

Men zou kunnen beargumenteren dat het woord oorspronkelijk 'Jihweh' is geweest en dat betekent dan 'Hij zal zijn' (naar analogie van Gods naam in Ex. 3:14: 'Ik zal zijn die ik zijn zal'). Het vaak gebruikte Jahweh moet wel de zgn. hiphil vorm van het ww. h'w'h zijn en betekent dan 'Hij zal laten zijn', of 'Hij zal doen zijn'. In onderhavig vlugschrift zullen wij voor het gemak het woord Jehovah gebruiken.

God of god?


"Want in Hem woont de gehele volheid van de Godheid lichamelijk" (Kol. 2:9). Paulus zegt dit van Christus zoals Hij nu aan de rechterhand van God de Vader is gezeten. Het is dus zeer onlogisch en zelfs godslasterlijk om te redeneren dat Hij nu weer veranderd is in de aartsengel Michaël en dat Zijn (heilig) lichaam gewoon verdwenen is. (Volgens de leer van de Jehovah's getuigen is Christus namelijk een verschijning van deze aartsengel). Let op dat er 'lichamelijk' staat. Er staat 'DE gehele VOLHEID van DE GODHEID' om geen twijfel te laten bestaan dat Christus echt GOD is en niet zomaar een god.

In Ps. 97:7 worden engelen (dus ook Michaël en Gabriël) 'goden' genoemd; in de Septuaginta (de eerste vertaling van de Hebreeuwse bijbel in het Grieks) vertaald als 'Zijn boodschappers', maar in Heb.1:6 als 'Gods boodschappers' (in de meeste moderne vertalingen 'engelen'). Engelen zijn een soort hogere dienstknechten volgens Heb. 1:7,14.

Christus is echter niet zo'n god, maar God volgens Rom. 9:5: ". . .de Christus naar het vlees, zijnde DE God [die] boven alles (ev. 'allen') [is], hooggeloofd . . .". Beide zinsneden staan in appositie en betreffen dus dezelfde persoon. Getuigen van Jehovah passen de tweede zinsnede toe op God de Vader en vertalen door ". . . uit welken Christus is naar het vlees. God die boven alles is, zij hooggeloofd . . .". Echter, als dit juist was, zou het Grieks net als in Ef. 1:3 hebben gelopen als: "Hooggeloofd [is] (of [zij]) de God die boven alles is . . .". Let op dat in het tweede geval 'hooggeloofd' (anderen: 'gezegend') de duidelijke nadruk krijgt en aan het begin staat.

In Joh. 1:18 wordt eenzelfde constructie gebezigd (appositie): " . . . de unieke Zoon die in de boezem van de Vader is . . ."(lett. 'de zijnde in de b.'; o& w*n). [Ik vertaal met 'unieke zoon' i.p.v. 'eniggeboren', omdat monogenh" (monogenès) eigenlijk 'enigsoortig' betekent (van Gr. 'monos' alleen en 'genos' soort). In het Grieks zou 'eniggeboren' monogennhto" (monogennètos) hebben geluid. Een goede Franse vertaling heeft 'fils unique'. In seculiere Oudgriekse schrijvers werd deze bijbelse term ook wel voor 'enig kind' gebruikt. Dat deze term niet strikt genomen 'eniggeboren' kan betekenen, moge ook blijken uit Heb. 11:17; waar het over Izaäk gaat. Immers Abraham had al een oudere zoon, nl. Ismaël! Darby heeft hier dan ook weer 'fils unique' in zijn Franse vertaling. Maar in zijn Engelse vertaling durft hij kennelijk niet van de King James af te wijken en vertaalt hij met 'only-begotten'].

Tit. 2:13 zegt daarom ook: ". . . verwachtende de gelukzalige hoop en verschijning van de glorie van onze grote God en Redder Jezus Christus . . .". Het woordje 'en' wordt hier inclusief gebruikt en voegt dus 'God' en 'Redder' samen met 'onze'. Getuigen van Jehovah maken hier wederom een vals onderscheid tussen God de Vader en Christus. Maar het woordje 'en' wordt hier niet gebruikt op de manier zoals in 2 Pet. 1:2, waar de Persoon van God de Vader wordt onderscheiden van de Persoon van Christus. Dit volgt niet alleen uit het verschil van de plaats van 'onze' in beide gevallen, maar vooral omdat het over de verschijning van Christus gaat. Het zou duidelijk moeten zijn dat Christus en niet God de Vader terugkomt!

Het gebruik van de term 'God' (in het Grieks 'de God') komt ook in 1 Joh. 5:20 en Heb. 1:8 voor. Ook hier proberen getuigen van Jehovah de bedoeling te verdraaien. In alle gevallen trachten zij 'de God' op God de Vader te laten slaan. Maar in het eerste geval grijpt 'deze' ("Deze is DE Waarachtige God. . .") duidelijk direct terug op Christus. Bovendien wordt Christus hier 'DE Waarachtige' genoemd, evenals God de Vader hier 'DE Waarachtige' genoemd wordt. (Vgl. Joh.17:3). In het tweede geval hadden ze gelijk gehad als er in het Grieks had gestaan: "God IS uw troon". Maar er staat: "Uw troon, o God (lett. de God), . . .".


Twee Jehovahs!?


"En Jehovah sprak tot Satan: 'Moge Jehovah u bestraffen, o Satan!' (Zach. 3:2)." Dit herinnert aan Ju. 9, waar Michael hetzelfde zegt tegen Satan! Natuurlijk is de eerste Jehovah hier niet Michael, maar Christus voor Zijn vleeswording. De tweede Jehovah is natuurlijk God de Vader. Dit vers herinnert ons ook aan Ps.110:1: "De Heer zei tot mijn Heer. . .". Christus haalt dit vers aan in Lu.20:42 (waar Hij de vertaling van de Septuaginta bevestigt). De Farizeeën werden in de war gebracht door dit vers, omdat de Messias-hoewel Hij de zoon van David is-toch Davids Heer is! Net als de Farizeeën begrijpen de zogenaamde getuigen van Jehovah niet dat Christus als mens echt de afstammeling van David is "naar het vlees"; niet een of andere aartsengel die in een mens veranderd is. Tussen haakjes, engelen hebben genoeg aan hun eigen gerechtigheid, zij kunnen niet ook nog eens aan mensen rechtvaardigheid verlenen. Bovendien staat er in Heb. 2:16 dat Christus niet engelen (c.q. gevallen engelen) helpt, maar het zaad van Abraham. Hoe kan dat nu gezegd worden als Christus van origine zelf een engel was!?

Dat er twee Jehovahs zijn, is ook duidelijk uit Gen. 16:11-13; waar de engel van Jehovah zelf ook Jehovah genoemd wordt!


Christus' Gelijkheid aan God de Vader


In Fil.2:6 staat: ". . . in de vorm van God zijnde, heeft Hij het geen roof beschouwd om gelijk (lett. gelijke dingen, aspecten) aan God te zijn . . .". Getuigen van Jehovah beschouwen het echter wel degelijk als roof als Christus niet zomaar een god is, maar God! Daarom staat er dan ook in Heb.1:6: "Laten al Gods engelen Hem aanbidden." Als God de Zoon heeft Christus dus recht op aanbidding. Een engel mag niet aanbeden worden volgens Op.22:8,9, dus ook niet de aartsengel Michael! In Heb. 1:13 staat daarom ook: "Tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: 'Zit aan Mijn rechterhand' . . ?" . Er staat niet: "Tot wie van Zijn engelen . . .". Christus kan dus gewoonweg niet een engel zijn, ook niet de allereerste. Het verbaast ons dus ook niet dat er in Mat.28:19 geschreven staat: ". . . in (lett. 'tot') DE NAAM van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest . . .". Alle drie de Personen van de Godheid samen hebben dus één naam! Want er staat niet 'in de namen van'.

De Heilige Geest is dus ook God en niet zomaar een onpersoonlijke kracht van God. Lees aandachtig 2 Kor. 3:18 en vergelijk dat vers met 2 Kor. 3:6,17. Dat de Heilige Geest wel degelijk een Persoon is en niet zomaar een onpersoonlijke kracht van God, moge blijken uit het vers waar staat dat we de Heilige Geest niet moeten bedroeven (Ef. 4: 30). De drieënigheid is één God die uit drie Personen bestaat. God de Vader en God de Zoon en God de Heilige Geest zijn samen de éne God. Dit is een mysterie dat wij niet kunnen, niet hoeven en niet moeten proberen te begrijpen. Het is het geloof eenmaal overgeleverd aan de heiligen.


Joh. 1:1


In Joh.1:1 heeft de Heilige Geest niet het lidwoord gebruikt. Getuigen van Jehovah grijpen deze gelegenheid aan om te vertalen: ". . . en het woord was een god." Vaak wanneer het lidwoord niet wordt gebezigd, wordt het kwalitatieve karakter van een zelfstandig naamwoord benadrukt. Zo staat er in Lu.20:38: "Hij is niet God van doden, maar van levenden." Hier gaat het om het karakter van God, nl. God van levenden. Getuigen van Jehovah vertalen hier door: "Hij is een God niet van doden . . .". Waarom hier 'een God' en in Joh. 1:1 'een god'!? Dit is zeer grillig en moet gedaan worden om de uitleg in hun straatje te laten passen. Evenals in Lu.20:38, moet daarom Joh.1:1 door "en het Woord was God" vertaald worden.

Bovendien is het zo dat in het oud Grieks het naamwoordelijk deel van het gezegde geen bepaald lidwoord heeft. Dat werd begrepen en mentaal aangevuld. Evenals het tweede deel van dit vers in het Grieks luidt als "was bij de God", zo moet het derde deel mentaal begrepen worden als "en het Woord was de God". Wat ook belangrijk is dat in het Grieks er eigenlijk staat "en God was het Woord". De nadruk valt dus op het woord "God", om geen twijfel te laten bestaan! Ook hier verraden de leden van het Wachttorengezelschap hun onwetendheid van oud Grieks.


Op. 3:14


De uitdrukking hier 'het begin van Gods schepping', een titel van Christus, betekent niet dat Christus een begin had, maar dat Hij het begin werd van Gods schepping. Immers volgens Joh.1:3 is er NIETS (de meeste manuscripten hebben: geen enkel ding) buiten Hem om geworden dat geworden is. Hijzelf, als God, is dus niet geworden. Want als God de Zoon heeft Hij geen begin. Maar als de goddelijke Bouwmeester is Hij inderdaad het begin (beter vertaald door oorsprong) van Gods schepping.

Het woord voor 'begin' hier kan misschien het best vergeleken worden met het gebruik van hetzelfde woord door Christus, toen de Farizeeën Hem vroegen wie Hij dan wel was. Hij antwoordde: "Geheel en al (lett. het begin) wat Ik jullie ook zeg (Joh.8:25)." Darby vertaalt hier met 'absolutement' in zijn Franse vertaling en met 'altogether' in zijn Engelse vertaling. In een voetnoot legt hij uit: ' "volgens het principe en de universaliteit van wat Ik ben." Zijn woorden presenteerden Hem zoals Hij was, omdat Hij geheel en al de waarheid sprak'.

Hier schijnt hetzelfde woord als in Joh.1:1 door: "In het begin was het Woord . . .". Dit 'begin' is de eeuwige staat van Christus als het Woord, voor de schepping en gaat dus oneindig verder terug dan het 'begin' van Gen.1:1.

Christus had hetzelfde conflict met de Farizeeën als christenen hebben met de getuigen van Jehovah. Beide groepen accepteren niet dat de Godheid van Christus absoluut gelijk is aan die van Zijn Vader. De reden dat men in Joh.8:59 probeerde Hem te doden, is dat Hij een titel gebruikte voor Hemzelf die normaal alleen van toepassing is op God, nl. 'Ik BEN' (e*gw ei* mi). (Vgl. Jes. 41:4; 43:13 awh yna 'Ik BEN' [lett. 'Ik hij']; in de Septuaginta vertaald door e*gw Kurio" o&* Qeo", 'Ik Heer de God'. In dezelfde passage, vers 11, staat dat er buiten Jehovah geen Redder is. Echter op vele plaatsen in het N.T. wordt Christus wel degelijk 'Redder' genoemd. Met een hoofdletter wel te verstaan).

Als zij alleen maar hadden geloofd dat Hij bedoelde dat Hij er al eerder in de tijd was dan Abraham, dan hadden zij Hem gewoon voor gek versleten, of Hem als een bezetene beschouwd. Dat deden ze eerder ook. Veel beter dan de Jehovah getuigen begrepen zij dat Hij Zichzelf absoluut aan God gelijk achtte.

In Joh. 10:30, waar Christus zegt dat Hij en de Vader één zijn (let. één ding), begrijpen zij dit opnieuw en opnieuw proberen zij Hem te doden. Volgens de theologie van de getuigen van Jehovah zijn God en Christus niet één, maar twee! Echter volgens de goede en juiste bijbelse uitleg is hier geen sprake van tegenstrijdigheid met Deut.6:4: "Hoor, o Israel, Jehovah onze God is één (!) Jehovah." De Farizeeën begrepen Christus volledig op dit punt, maar de getuigen van Jehovah niet.



'Eerstgeborene'


Het gebruik van het woord 'eerstgeborene' (prwtotoko") kan gemakkelijk verkeerd begrepen worden. In Mat.1:25 gebruiken de meeste manuscripten het in verband met Jezus als Maria's eerstgeboren zoon. In Kol.1:18 wordt het woord gebruikt voor Christus als het begin en de eerstgeborene uit de doden (ziet u wel dat Zijn heilig lichaam niet verdwenen is en dat Hij niet opnieuw als bij toverslag in Michael veranderde; Hij stond op uit de doden. Bovendien toonde Hij aan de discipelen dat een geest geen vlees en beenderen heeft [volgens Lu.24:39!]). In Kol.1:15 wordt dit woord figuurlijk gebruikt: ". . . eerstgeborene van de gehele schepping . . .". Hier betreft het niet een letterlijke zin, maar de figuurlijke zin van 'eerstgeborene met al de rechten die daaraan verbonden zijn'. Het volgende vers voegt dan ook de betekenis toe: "Want door Hem werden alle dingen geschapen. . .". Dat Hij alle dingen schiep sluit logischerwijze Zijn eigen Persoon uit. In Kol. 1:18 wijst de titel 'eerstgeborene' in de eerste plaats op het feit dat Hij opgewekt is uit de doden. Als zodanig is Hij ook de eerstgeborene van de hele Schepping, niet in het minst van de komende nieuwe hemel en aarde.



Christus als Mens


Uit 1 Tim.2:5 en 1 Joh.2:1 blijkt dat Christus ook mens is en onze advocaat is (is Hij de uwe wel?). In Joh.17:5 vraagt Hij als mens aan Zijn Vader om dezelfde heerlijkheid die Hij bezat toen Hij nog bij de Vader was (niet te verwarren met vers 22). Hij was immers een weinig minder dan de engelen geworden (Heb.2:7), dat wil zeggen als mens. Hij was en is ook God. God blijft God en verandert niet in een mens, maar God nam wel de menselijke natuur erbij. Christus is één Persoon met twee naturen, de goddelijke en de menselijke.

Als deze Persoon is Hij nu gezeten aan de rechterhand van de majesteit in de hogen (Heb.1:3), aan de rechterhand van de troon van God (Heb.12:2). De eerste martelaar, Stefanus, zag Hem daar nog staan (Hand.7:56). Let op dat Hij hier 'de Zoon des mensen' (niet weer de aartsengel Michael dus!) genoemd wordt.

Dat Christus nog steeds mens is en tot in alle eeuwigheid zal zijn, moge ook blijken uit Zach. 14:3,4. Hier staat duidelijk dat Zijn voeten bij Zijn wederkomst op de Olijfberg zullen staan en dat deze berg in tweeën zal splitsen.



Eeuwige Redding door het Werk van Christus of door Onze Eigen Werken?


De getuigen van Jehovah moeten maar zien dat zij door Armageddon heen komen. Daarom moeten zij nu zo veel mogelijk hun beste beentje voor zetten en wel in eigen kracht. Het is niet toevallig dat wanneer men de absolute Godheid van Christus loochent; men ook Zijn werk op het kruis loochent, dat algenoegzaam is. Het gevolg is dat een ziel niet kan rusten in dat Werk.

De apostel Paulus gaat zelfs zover dat hij zegt dat wanneer iemand, ja zelfs een engel uit de hemel, een evangelie brengt dat afwijkt van zijn door God geïnspireerde evangelie; die zij vervloekt (anathema) [Gal. 1:6-9]!


Vernietiging of Pijniging?


Deze God-mens, Christus Jezus, heeft ons ook gewaarschuwd voor de eeuwige hel (Mat.25:41; Mk.9:43-48). En om dit nog eens te bevestigen, wordt in Op.14:10,11 gewaarschuwd dat zij die het teken van het beest zullen aannemen gemarteld zullen worden en dat zij tot 'in eeuwigheden van eeuwigheden dag noch nacht rust zullen hebben'! (Er is dus misschien een soort dag en nacht cyclus in de hel: de uitdrukking 'de buitenste duisternis' is in dat geval meer geestelijk dan letterlijk bedoeld; er is ten slotte sprake van de 'tweede dood' [eveneens meer geestelijk dan letterlijk, want de verdoemden hebben ook eeuwige, onsterfelijke lichamen]). Hoe kan dat nu als je vernietigd bent en er dus gewoonweg niet meer bent? Zoals niet alleen de getuigen van Jehovah beweren, maar ook de zevende dags adventisten (de laatsten beweren dat na vele jaren van pijniging de verdoemden vernietigd zullen worden). Van de duivel, het beest en de valse profeet (de antichrist dus) wordt zelfs gezegd dat ze dag en nacht gemarteld zullen worden tot 'in eeuwigheden van eeuwigheden' (Op.20:10). Er is dus gradatie van pijniging en straf. Christus zegt ook ergens dat zij die de wil van de meester niet geweten hebben, met weinig slagen geslagen zullen worden en dat zij die die wil wel hebben geweten met vele slagen geslagen zullen worden.


Het is mijn gebed dat God dit vlugschrift kan gebruiken om de harten van enkele ongelovigen te openen en om hen die al het juiste geloof hebben, hierin te bevestigen. Moge u met mij Christus aanroepen zoals Thomas dat deed: "Mijn Heer en mijn God!" Maar dan in de diepste betekenis. Amen.


Mocht u deze brochure in groteren getale willen verspreiden, dan kunt u dit zelf organiseren. U moet dan wel zelf voor het druk- en/of printwerk zorg dragen. De rechten blijven van Institutio Scripturarum.


Institutio Scripturarum,

F.W. Reitzstraat 69,

2806 TR Gouda;

The Netherlands.

Tel.:+31-182-511735.

top

bijbel | profetie | apologetiek | theologie | wetenschap | diversen



Wat vindt u van deze website?
Naam:
Emailadres:
URL:
Anoniem:
A. Zeer goed.
B. Vrij goed.
C. Gaat wel.
D. Vrij slecht.
E. Zeer slecht.
Toelichting: