home > dutch > fictie > kortverhaal4.php


Het Loon van Godslastering


Ergens in een nachtclub genaamd casa rossa, in het hart van een grote stad, zaten twee dikke vrienden aan de bar. Zij hadden nogal wat van hun geliefde drankje achterover geslagen en waren daarom in zeer goede stemming. Eén van hen begon te rappen en te rijmen.

"Geef me een bier,

Verlos me van het geklier.

Geen saaiheid maar plezier!" De andere wapenbroeder, trouwe vriend in een werkeloos leven van de bar en de straat, antwoordde gevat.

"J-a-a, vrind, da's prachtig! Wat vind je hiervan?

Geef me geld,

Maak me een held.

Wiet in plaats van geweld!"

"J-a-a, ouwe," zegt de eerste. En met toegenomen lust voor sensatie gaat hij verder.

"Geef me plezier,

Vrouwenvertier,

En het geweten van een mier!"

"Ha-ha, man, zo gaat-ie fijn!" zegt de ander en voegt eraantoe.

"Geef me een wijf,

Met een goddelijk lijf

Altijd lief en zonder gekijf!"

"Joe-hoe, luister naar deze!" zegt de ander.

Geef me een pistool,

Verlos me van dit riool,

'k Wil geen harp maar een kool."

"Uh, effe denke. Hoe moet-ie nou ferder? 'k Kom-p-'r gewôn nie mîhr 'up. O, ja!

Daarzo heb ik 't tenminste warm

En ben nooit meer vrindenarm!"

Na deze spurt van energie kalmeren ze weer. Ze steken respectievelijk hun cigaretten aan en staren in hun zoveelste drankje.

" 't Leven is een zooitje, man," zegt de één.

"Jaseker", antwoordt de ander.

"Overal zit een luchtje aan."

"Vrouwen, collega's, politie. Verdraaid, zelfs God is onverschillig!"

"Wat zegge-oe, onverschillig?' Hij lijkt wel erger dan de duvel!" gooit de aanvoerder van de twee eruit.

"Misschien wel. In ieder geval geeft hij ons lol. Iedereen gelooft wel aan iets. Ik geloof in nog een borreltje".

"Da's 't, man. Alcohol is onse fijand, maar de bijbel zeg dat je je fijande sal liefhebbe." En hij schatert gewoon terwijl hij op zijn knieën slaat. De ander ligt slap van het lachen en voegt eraantoe.

"We sulle die sogenaamde christene 's late sien hoe je fan je fijande je frinde maak!"

Dan valt er weer een korte pauze. Plotseling zegt de brutaalste wat.

"G.V.D., ik wou wel dat ik m'n rekeninge met die man daarbove zou kunne fereffene". En hij wijst naar boven. "Wat een vervloekt leve motte wij lije! 'k Heb niet 's genoeg geld om helemaal dronken of high te worden. En dat maak me nou nie bepaald blij. We hebbe veels te veel voor de vrouwe gedokt"

"Maar jij wou per se dat er een tweede aan te pas kwam. Waarom vraag je niet of God wat geld naar-oe toe sodemietert!"

"Die geeft toch geen zier om ons." En dan declareert hij net als een soort priester met een gezalfde stem. "Wanneer al de mysterieuze mechanismen van het universum tot een bevroren stilstand zijn gekomen en de muziek van de sterren niet langer speelt; denk je dan dat er een zucht zal zijn of een gekreun door een groter brein dan 't onze?"

"Ha, ha, wat ben jij een clown! Maar we kunne net zo goed terug naar de flat gaan. We hebbe geen cent meer om te verteren".

Zij drinken de laatste restjes op en vertrekken naar de uitgang. De portier vloekt omdat ze hem geen tip geven. De 'aanvoerder' maakt een opmerking.

"Nou waarom zou 'k-oe een tip geven?" Mijn vader was een Engelsman en die zei tege me toen 'k nog een jochie was dat vroeger tips van te voren gegeven werden, maar ik wilde er zeker van zijn dat 'k nog mijn jas had".

"Rot op ouwe lul!" antwoordt de portier.

Op straat slenteren ze langzaam voorwaarts, een beetje onzeker.

"Wat een leve!" Klaagt de één.

"Nogal ja!" zegt de ander.

"Als 'k God was, zou 'k 't vele beter weten." En hij geeft de hemel aan door even z'n hoofd naar boven te bewegen.

" 'k Wenste wel da'k 'm hierzo naar benede kon trekke van z'n troon. Dan kon-ie 'r zelf achter kome". Voegt de aanvoerder eraantoe met walging in zijn stem.

"Maar toen 'k een koorknapie was legde de priester 's uut dat-ie dat dee toen-ie op aarde was".

"Christus? Welnee! Praat-me niet van dat, as-of je een heilig boontje ben". En dan begint de aanvoerder vreselijk te vloeken, zelfs te vervloeken door de éne na de andere haatvolle reden tegen God en Zijn Zoon af te vuren. Tenslotte merkt zijn kameraad op.

"Maar Piet, je vervloekt bijna de hele drieënigheid!"

"Bijna? 'k sajje 's lere floeke, hond da-je 'r bent! Jij heb nooit echt de kerk verlate. Hoe find je dit foor de ferandering?" En dan begint hij de Heilige Geest te vervloeken. Hij was nog maar net begonnen, of een auto doemt op uit het niets en vernietigt hem ter plekke.




Volgend


Kort Verhaal / 1 / 2 / 3 / 5 / 6 / 7 / 8


Wat vindt u van deze website?
Naam:
Emailadres:
URL:
Anoniem:
A. Zeer goed.
B. Vrij goed.
C. Gaat wel.
D. Vrij slecht.
E. Zeer slecht.
Toelichting: