![]() |
"Hypostatische Eenheid van de Schrift"Athanasius bedacht de eenvoudige doch duidelijke formulering over de goddelijke en menselijke naturen van Christus. Hij stelde: 'Hij is waarlijk, volkomen, onverdeelbaar en onverwarbaar beide goddelijk en menselijk'. Dit in antwoord respectievelijk op de Apollinariërs, Aryers, Nestorianen en Eutychianen. Deze, op hun eigen beurt, hadden de waarlijke naturen van Jezus of ontkend of gekleineerd, of zij hadden die uit elkaar getrokken, of ze verward.
Ik stel voor dat we dezelfde formulering bezigen om de goddelijke en menselijke kanten van de Schrift uit te leggen. Op deze manier kunnen we de diverse karakteristieken van de Bijbel benadrukken en misschien de eindeloze debatten die in ieder geval getrouwe christenen bezig houden, tot rust brengen.
Vanuit de Bijbel kan en behoort men te gevolgtrekken tot het begrip van de Drieëenheid, dat wil zeggen een enkele godheid die uit 3 Personen, of Persoonlijkheden bestaat, aan elkaar gelijk in almacht, alomtegenwoordigheid, alwetendheid, alheiligheid, enz.; hoewel het woord Drieëenheid nergens in de Heilige Schrift voorkomt op zich. Zo kunnen en behoren we ook vanuit de Schrift te gevolgtrekken dat Christus een enkele Persoonlijkheid, of Persoon is, bestaande uit 2 naturen, goddelijk en menselijk. Daarom ook noemen we Hem de God-mens.
In het Latijnse Westen en het Griekse Oosten van de vroege christenheid, ontwikkelden zich vele dwaalleringen. De ene kant probeerde min of meer te begrijpen hoe God ook mens kon zijn en de andere kant trachtte te verstaan hoe een mens ook God kon zijn. Aan beide zijden waren respectievelijke pseudochristelijke dogma's het gevolg. Zo werd er beweerd dat Christus uit 2 personen bestond in plaats van een enkele. Of Hij bezat alleen de goddelijke wil en geen menselijke. Het Docetisme propageerde de valse idee dat (een aspect van) de Persoon van Christus alleen maar (volledig) menselijk leek, maar het niet was. Vele verschillende dwaalleerstellingen werden uitgevonden.
Helaas kwamen kerkelijke leiders tot de conclusie dat de moeder van Christus de moeder van God genoemd moest worden (theotokos) en later werd er besloten dat zijzelf vlekkeloos geboren moest zijn en nog later introduceerde de Roomse kerk de leer van haar hemelvaart. Natuurlijk is dit mariolatrie.
Over de Bijbel heeft men gedacht dat het als een soort dictee door de Heilige Geest was ingegeven. Anderen beweerden dat dit boek slechts het werk van falende mensen is die niet beter wisten. Tussen deze uitersten hebben zich vele andere ideeën gevormd in het menselijke brein. De Bijbel zegt van zichzelf, door de mond van de apostel Paulus, dat 'iedere schriftplaats door God is ingegeven (theopneustos)', [let wel dat er niet staat 'iedere schriftplaats die door God is ingegeven(!)]. Om de Bijbel beter te begrijpen wordt het advies gegeven dat men zoveel mogelijk teksten met zoveel mogelijk teksten moet vergelijken, want er staat geschreven dat 'geen profetie van zijn eigen uitleg is'. Vele foutieve leerstellingen zijn gebaseerd op een eenzijdige wetenschap van de Schrift.
Met een knieval naar het rationalisme heeft de moderne theologie allerlei gedachtenspinsels verzonnen om de goddelijke ingeving van de Schrift in diskrediet te brengen. De eerste 11 hoofdstukken van Genesis worden van hun historische betrouwbaarheid beroofd en zo wordt God gemaakt tot auteur van beide de dood en de zonde. Christus leerde dat als iemand beide zijn geboden bezit en doet, hij groot genaamd zal zijn. Maar als hij ook maar een klein voorschriftje zou ontkennen, hij klein genoemd zou worden.
Anderen zijn bang om de goddelijk kant van de Bijbel te kleineren en doen af aan de menselijke kant. Daarom is het nodig dat wij, volgens het voorbeeld van de formulering van Athanasius, stellen dat de Bijbel waarlijk, volmaakt, onverdeeld en onverward beide goddelijk en menselijk is. De Schrift heeft twee naturen, maar is het Ene Woord. Wanneer je iets leest, geloof het ook en houdt je er dan aan en handel in overeenkomst ermee. Bestudeer de Bijbel niet alleen met je verstand, maar met je hart en verwaarloos je gevoelens en intuïtie ook niet.
Over de Persoon van Christus is ook het foutieve idee voorgesteld dat men Hem zou kunnen vergelijken met een allooi bestaande uit 2 verschillende substanties. De Bijbel is ook geen allooi. Beide kanten zijn onderscheiden en zijn niet omgevormd tot iets nieuws. Beide zijden zijn zeer rijk aan allerlei karakteristieken, stijlen, genres, zegswijzen, kennis en wijsheid. De Here en Zijn getrouwe schrijvers hebben al het mogelijke gedaan om ons te bereiken, terecht te wijzen, te onderwijzen, gelukkig te maken en ons zo tot de volledige statuur van een aanbiddend geheel te brengen.
Om bij de metafoor van metalen en substanties te blijven. Te stellen dat de 2 naturen van de Here een homogeen mengsel zijn zoals brons (bestaande uit de elementen van koper en zink), zou zoiets als Miafysitisme zijn, het geloof van de Oostelijke orthodoxe kerken. Natuurlijk is dit een vorm van monofysitisme, de ontkenning van 2 naturen. Deze kerken geloven dat de menselijke en goddelijke zijden van Christus een enkele natuur zijn geworden, een enkele god-mens natuur, zonder onderscheiding, zonder verwarring en onveranderlijk. Evenals in het geval van brons, zijn de 2 elementen opgegaan in iets nieuws, een homogeen mengsel. Te prediken dat de menselijke kant van Christus als een druppel honing in de zee is opgegaan, of, om ons bij metalen te houden, als een druppel zilver in een bad met goud, is een vorm van monofysitisch Eutychianisme. Te beweren dat de 2 kanten van Christus een heterogene mengeling vormen, zoals zand en goudstof, zou een vorm van Nestorianisme zijn, een mengeling waarin de 2 naturen niet coherent genoeg zijn en te onderscheiden. Het zou zoiets zijn als te beweren dat Hij uit 2 personen bestaat. [Te onderstellen dat Christus alleen maar een sterveling was, is een vorm van Ebionisme, alsof Hij een vat breekbaar klei was. Te beweren dat Hij alleen goddelijk is en dat Zijn menselijke kant maar een illusie was en dat Hij nooit stierf noch kon sterven, is docetisme. Dit komt neer op te stellen dat Hij nooit werkelijk mens werd en dus alleen maar goud bleef. De gnostici predikten dat. Zij hadden hun eigen canon en verdraaiden, zegt Petrus, de woorden van de bijbel. In Timotheüs noemt Paulus hun leer 'een valselijk genoemde kennis (evt. wetenschap)'. {Er zijn zelfs mensen geweest die beweerden dat Hij nooit bestaan heeft en de naam van een plant was}]. Te geloven dat Hij meer God dan mens was, niet waarlijk mens en dat Hij bestond in een enkele vorm (ontkennende dat Hij 2 naturen heeft), is een vorm van Apollinarianisme. Dit is te beargumenteren dat Christus in de eerste plaats goddelijk is en dat Zijn menselijke natuur maar een soort jasje was. Om een metafoor te bezigen; Hij was of is vooral goud in een doosje van glas. Het Arianisme beweert dat Christus een schepsel is, de eerste, hoewel de hoogste. Evenals de Apollinariërs, dachten zij dat Zijn 'engelen' intellect in een onvolledige menselijk geplaatst was. Dit is te stellen dat Hij zoiets als prachtig marmer is of was, in een doosje van glas.
Vele zijn de schakeringen en nuances van dwaalleer, zoals die van hierboven en het is vermoeiend om ze te bestuderen. Ik heb ze voor u opgesomd. Waarom is het zo belangrijk om in Christus komende(!) in het vlees te geloven (2 Johannes 7)? In één van de brieven van Johannes stelt de Bijbel dat men zelfs iemand die ontkent dat Christus is komende in het vlees (God de Zoon met ook een volledig menselijke natuur), niet moet groeten. Want dan heeft men geestelijk gemeenschap met hen. (Het is natuurlijk goed om met een dwaalleraar om te gaan als hij je buur of collega is, maar ontvang een dwaalleraar niet wanneer hij als zodanig komt). Want alleen waarlijk, volmaakt, onverdeelbaar en onverwarbaar beide God en man zijnde, kon Christus het werk op Golgotha volbrengen. Een onvolkomen offer zou niet voldoende geweest zijn. Merk op dat al deze dwaalleerstelingen, beide uit het Oosten en uit het Westen, afdoen aan of ontkennen dat Christus een menselijke natuur heeft die waarachtig, volmaakt, onverdeelbaar en onverwarbaar is . . .
En zo voldoet een onvolkomen Bijbel ook niet. De theorie van demythologisering, de leer dat je God achter de onvolmaakte verhaaltjes moet vinden, is het ontkennen van de menselijke kant. Het houdt in dat mensen niet in staat zijn om getrouw te schrijven over Gods wil voor ons. Maar wanneer je de Bijbel met je gehele hart bestudeert, met geheel je ziel, geheel je verstand en al je kracht en dat onder de leiding van de Heilige Geest, dan breng je 'water' voort. Nu water, om bij de metaforen van hierboven te blijven, is niet een mengeling, homogeen of heterogeen; het is een verbinding bestaande in waterstof en zuurstof. Nu weten we allemaal dat we niet zonder water kunnen leven. Dit geldt ook op geestelijk vlak. Christus is het brood des levens, het manna uit de hemel, het brood van engelen. Hij is de rots der eeuwen, op Welke we opgebouwd moeten worden als een geestelijke tempel. Vele, opnieuw, zijn de schakeringen en nuances van dwaalleer aangaande de Schrift. Echter, God gebruikte menselijke instrumenten, die getrouw met Hem samenwerkten om een volmaakte Bijbel te vormen; waarover de Here Zelf zegt dat geen tittel of jota verloren zal gaan. Dat wij onvolkomen zijn en dat God toch een volmaakt werk kon leveren, is hetzelfde als met de maagdelijke geboorte. Job vroeg zich af hoe een rein ding uit een onrein ding kan komen. De Heilige Geest overschaduwde Maria. En zo beademde Hij de schrijvers van de Bijbel om de veelkleurige Wijsheid van God aan de mensheid voor te leggen.
Christus Zelf zegt dat een 'leerling die van het koninkrijk geleerd heeft, uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt'. Dit toont ons dat we niet moeten belanden in een sleur van traditie, noch een soort revolutie moeten ontketenen. Het, Gode zij dank, doordrengt ons ook met het bewustzijn dat de Here ook onze wezens en gedrag wil inspireren. Halleluja!
christologie | bijbel | profetie | apologetiek | theologie | wetenschap | diversen