Voor de ergste critici schenen de vier evangeliën tegenstrijdige verslagen die, vanwege hun
verschillen, ons totaal geen absolute zekerheid verschaffen over de Persoon van Christus. Echter, vele van
deze zogenaamde tegenstrijdigheden zijn afhankelijk van hun eigen criteria, van de bril waardoor zij tegen
de bijbel aankijken. Wanneer deze criteria ontkracht worden, verdwijnen de tegenstrijdigheden. Een van
deze is de chronologie. Er is veel drukte gemaakt over het harmoniseren van de evangeliën en veel kritiek
is geuit tegen sommige evangeliën over zogenaamde tegenstrijdigheden. Maar de schrijvers van de
evangeliën zijn in de eerste plaats zozeer niet geïnteresseerd in de chronologie van het leven van Christus.
Matthéüs, bijvoorbeeld, verzamelt veel van de uitspraken van de Heer en geeft ze weer in de Bergrede;
terwijl Lucas vaak de aanleiding en de omstandigheden geeft van deze uitspraken.
Dit heeft allemaal een bedoeling. Maar door onze eigen criteria te verzinnen, krijgen wij geen oog
voor het ontwerp van de geïnspireerde geschriften. Echter, de gelovige die getrouw zoekt naar wat God
te zeggen heeft, zal dieper graven en veel verder gaan dan het maken van oppervlakkige observaties.
Want net als de astronoom uit ervaring weet dat er nog veel meer sterren te ontdekken zijn, groter in
heerlijkheid en schoonheid, weet de trouwe bijbellezer dat God altijd meer te zeggen heeft.
In deze studie komen een paar opmerkelijke verbanden aan bod tussen de vier evangeliën, als
afbeeldingen van Christus en verschillende oudtestamentische beelden. Irenaeus haalde een van deze
verbanden aan in zijn verdediging van de canon. Er moeten vier evangeliën zijn beweerde hij, omdat het
nummer vier een heilige betekenis heeft. Zo zijn er vier winden en vier gezichten van de Cherubim in
Ezechiël en Openbaring, namelijk de leeuw, het kalf, de mens en de arend. (1)
Wat betreft de betekenis van het nummer vier, het is interessant te zien dat de bijbel spreekt van
de 'vier hoeken van de aarde' (Op. 7:1). Zo schijnen ook de vier hoeken van het laken in het visioen van
Petrus (Hand. 10:11) schijnen te duiden op de universele aanname van de heidenen van over de gehele
wereld (onreine dieren); naast de Joden vanouds (reine dieren). En zo spreken de vier horens van het
brandofferaltaar van de effectieve kracht van het offer naar alle richtingen.
Van de geografische richting naar de ethnografische dimensie is maar een kleine metaforische stap.
Lukas, een beschaafde Griek, schrijft aan een beschaafde Griek. Matthéüs, zelf een Jood, schrijft voor
Joden en doet een beroep op hen door middel van verschillende, belangrijke, oude Joodse begrippen.
Markus schijnt een beroep te doen op de gedisciplineerde Romeinse soldaat die houdt van onmiddelijke
actie in dienst van het keizerrijk. En Johannes wekt de diepste mystieke gevoelens op in religieuze mensen
overal. En op deze manier bundelen de geïnspireerde geschriften hun respectievelijke karakters om een
universeel beroep te doen op de gehele wereld.
Inleiding
De Profetische Parallel
De Patriarchische Parallel
De Kleuren Parallel
De Slachtoffer Parallel
De Materialen Parallel
De Bedekkingen Parallel
Slotwoord
Aanhangsel
Bibliografie
top van pagina
De Cherubim Parallel
Volgens Irenaeus symboliseren de vier gezichten van de Cherub vier aspecten van de Persoon van
Christus en Zijn Werk. De leeuw spreekt van Zijn majesteit, het kalf van Zijn priesterschap, de mens van
Zijn vleeswording en de arend is een beeld van de Heilige Geest die over de Kerk vliegt. Hij stelde dat
ieder evangelie één van deze aspecten naar voren brengt en zo verbond hij de vier gezichten van de Cherub
met een bepaald evangelie. Het evangelie naar Johannes dat met de Godheid en vleeswording van Christus
begint, wordt voorgesteld door de leeuw; zo beweerde hij. Lukas die met het offer van Zacharias begint
en met zijn priesterschap, wordt voorgesteld door het kalf. Matthéüs die met de genealogie van Christus
begint, wordt voorgesteld door de man en Markus door de arend, want zijn verslag begint met een
aankondiging van de geest der profetie-een aanhaling uit Jesaja. (2) Dit is niet de gebruikelijke volgorde die
uiteindelijk in het westen tot stand kwam. De volgorde werd als volgt veranderd: Johannes werd
beschouwd als weergegeven te worden door de arend, Matthéüs door de mens, Lukas door het kalf en
Markus door de leeuw. (3) Een zekere Lange verwisselde de positie van de mens en het kalf in deze
volgorde. (4)
Vele critici hebben afgegeven op het leggen van zulke verbanden alsof het maar fantasie zou zijn.
En vooral vandaag de dag, wanneer zoveel moderne denkers geen unieke bron van Inspiratie achter
(beide) het Nieuwe en Oude Testament zien, zal men wel denken dat dit Christelijke hersenspinsels zijn
die op oude Joodse symbolen gelegd worden. Echter zullen wij proberen om aan te tonen dat dit soort
van uitleg niet alleen een zekere logica bezit, maar dat ze van boven ingegeven is door de Heilige Geest als
de Redacteur; zozeer dat zelfs de schrijvers van de evangeliën zelf niet altijd bewust waren van wat zij
schreven. Net als David niet de beschrijving van de dood van de Heer heeft kunnen begrijpen in Psalm
22.
Maar ze moeten een bewust doel hebben gehad in hun geschriften. Bellett vergelijkt dit met
historici, of biografen, die het ondernemen om het leven van een beroemdheid te beschrijven vanuit een
bepaalde gezichtshoek. (5) Zo kan één auteur over Napoleon schrijven als een militair genie, een ander over
hem als een staatsman en weer een ander over hem als een minnaar of weer een ander over hem als een
geleerde.
Wat betreft de vier evangeliën blijkt het dat de volgorde van de vier gezichten van de Cherubs in
Openbaring 4 correspondeert met de volgorde waarin we ze in het N.T. hebben en op zo'n manier hebben
we de sleutel om ieder evangelie te interpreteren. (6) In deze volgorde spreekt de leeuw van majesteit en
verwijst naar de 'Leeuw van Juda' (Op. 5:5), die wij in Matthéüs vereerd zien als de pas geboren Koning
die goud, wierook en mirre ontving. Het kalf verwijst naar Hem die de gestalte van een slaaf aannam (Fil.
2:7) en zo zien wij Hem 'voortploegen' in Markus, zozeer dat het gezegd werd: ". . . en zij hadden zelfs
geen tijd om te eten", (Mark. 6:31). De man spreekt van Hem die geboren was uit een vrouw, geboren
onder de wet (Gal.4:4) en van Wie gezegd werd door de engel Gabriël: ". . . de Heilige Geest zal over u
komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen: daarom zal ook dat Heilige dat geboren
zal worden, Gods Zoon genoemd worden . . .(Luk.1:35)". En tenslotte spreekt de arend die in zijn
verheven vlucht hoog boven de aarde vliegt van Christus als God de Zoon, van Hem die in de schoot van
de Vader is (Joh.1:18), van Hem Die zich niet toevertrouwde aan hen, "omdat hij allen kende; en omdat
hij niet nodig had dat iemand van de mens getuigde, want hij wist zelf wat in de mens was . . .(Joh. 2:24,
25)". Dat deze relatie tussen evangelie en symbool werkelijk bestaat wordt keer op keer bevestigd (7),
zozeer dat het als een gouden draad door het weefsel van een evangelie loopt.
Bijvoorbeeld Matthéüs, wiens thema Christus als de Koning-Messias is, haalt het O.T. zesendertig
maal aan, meer dan welke twee van de andere evangeliën ook bij elkaar. Alleen Matthéüs noemt de naam
Emmanuel (8), een verwijzing naar de profetie van Jesaja over de maagd die een Zoon zou baren. (9) De
genealogie die daar gegeven wordt bewijst het recht van Christus op de troon, want Hij is de Zoon van
David, de Koning (Mt. 1:6). Want, hoewel geboren uit Maria, wordt Hij hier gezien als de legitieme zoon
van Jozef; omdat Jozef zijn verloofde niet verstootte en haar kind als het zijne erkende. Matthéüs gebruikt
de term 'koninkrijk der hemelen' tweeëndertig maal. En het was precies dit dat de Joden verwachtten.
Alleen Matthéüs vermeldt de titel 'Zoon van David' in de passage waar Christus Jeruzalem binnengaat.
Markus laat terecht een verwijzing naar afstamming weg, want zijn onderwerp is de dienst van
Christus. Het Griekse woord voor onmiddellijk (terstond) komt hier ongeveer veertig keer voor.
Christus verspilde geen tijd. Als de dienstknecht gehoorzaamt Christus God de Vader en weet niet van
'die tijd of dat uur' (Mk. 13:32). Een dienstknecht werkt ijverig en bijna zonder ophouden en maakt geen
misbruik van zijn vrijheid, opdat zijn meester niet plotseling komt en hem slapend aantreft (Mk. 13:36).
In Markus zegt Christus niet dat Hij de macht heeft om twaalf legioenen engelen op te roepen en maakt
Hij geen aanspraak op aarde op de macht in de hemel. In dit evangelie wordt Hij geen Meester genoemd
en spreekt Hij God niet aan als Zijn Vader, behalve in de pijnlijke ervaring van Gethsémané.
top van pagina
Lukas, die Christus als de Zoon des mensen beschrijft, het zaad van de vrouw, geeft de genealogie
van Zijn moeder (Jozef is de schoonzoon van Heli) en voert Zijn geboorte helemaal terug tot Adam, 'zoon
van God' (Lu. 3:38). En op deze manier onderstreept hij het 'Vaderschap' van de Schepper over alle
mensen. In harmonie hiermee verlengt Lukas de aanhaling uit Jesaja 40 en sluit hij met de zinsnede 'en alle
vlees zal de redding van God zien'. Matthéüs ging maar zo ver genoeg om de Joden te herinneren aan
Degene die Zijn volk zou verlossen van hun zonden (Mt. 1:21; verg. Ps. 130:4-8). Bij het zenden van de
twaalf apostelen wordt het bevel "Ga niet in de weg van de Heidenen en ga geen stad van de Samaritanen
binnen", weggelaten. Alleen Lukas geeft de geschiedenis van de barmhartige Samaritaan, die laat zien dat
alle mensen naasten van elkaar zijn. De gelijkenissen van het verloren schaap, de penning en de
geschiedenis van de verloren zoon worden alleen hier gegeven. Dit alles toont Christus als de unieke mens
die met de gehele mensheid begaan is. "Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken
en te behouden" (Lu. 19:10). Christus is waarlijk de Zoon des mensen! (In het Grieks betekent het woord
voor 'mens' hier de mens in het algemeen).
Johannes legt de meeste nadruk op de Godheid van Christus. Iemand heeft dit evangelie wel het
goddelijke foto album van Christus genoemd, want ieder hoofdstuk toont weer een ander facet van de
Persoon van Christus. (10) Hoe meer men in dit evangelie leest, des te meer ziet men dat voor Christus het
inderdaad geen roof was om God gelijk te zijn (Fil.2:6). (11) Alles in dit evangelie openbaart het
bovennatuurlijke karakter van Christus. Hij wordt voorgesteld als alles voor de gelovige, nl. als de Weg,
de Waarheid, het Leven, de Opstanding, het Woord, en ga zo maar door. Alleen in dit evangelie wordt
de scène van Gethsémané weggelaten. Maar wanneer men kwam om hem daar te arresteren, is het alleen
Johannes die vertelt dat een hele legerafdeling achterover viel toen Hij alleen maar 'Ik ben het' zei. Zozeer
werden ze overweldigd door plotselinge goddelijke kracht (Joh. 18:6). En het is hier dat tot Pilatus wordt
gezegd dat hij geen macht zou kunnen hebben tegen hem, indien het Hem niet van boven gegeven ware
(Joh. 19:11).
Deze enkele voorbeelden zijn voldoende om aan te tonen dat zowel dat wat gezegd wordt en dat
wat niet gezegd wordt (door de Grote Redacteur, de Heilige Geest, die alleen Zelf het werk van de vier
geïnspireerde schrijvers kon overzien) bijdraagt aan de grootsheid van dit vierstemmig koor dat de lof voor
de Persoon van Christus de wereld inzingt.
Inleiding
De Cherubim Parallel
De Patriarchische Parallel
De Kleuren Parallel
De Slachtoffer Parallel
De Materialen Parallel
De Bedekkingen Parallel
Slotwoord
Aanhangsel
Bibliografie
top van pagina
De Profetische Parallel
Evenals de viervoudige dienst van Christus gesymboliseerd werd door de oude cherubs, zo lieten
ook de profeten een viervoudig getuigenis na dat precies overeenkomt met de vier evangeliën.
"Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, dat ik aan David een rechtvaardige SPRUIT zal
verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen
op de aarde". (12)
". . ., want ziet, ik zal Mijn Knecht, de SPRUITE, doen komen". (13)
". . ., Ziet een Man, Wiens naam is SPRUITE, Die zal uit Zijn plaats spruiten, en Hij zal des
Heeren tempel bouwen". (14)
top van pagina
De drie profetieën over de Spruit (niemand anders dan de Heere Jezus zelf) komen overeen met de
respectievelijke thema's van de drie synoptische evangeliën. Er is geen Spruit-profetie die overeenkomt
met het karakter van het evangelie naar Johannes. Dat moet zijn omdat in de synoptische evangeliën
Christus' drievoudige dienst als mens wordt uitgebeeld.. Er is echter een profetische tekst die
wonderbaarlijk correspondeert met de thema's van het evangelie naar Johannes.
"Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder;
en men noemt zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der Eeuwigheid, Vredevorst". (15)
Johannes schrijft met de nadruk op het eeuwige Zoonschap van Christus en op Zijn Godheid. Er moet op
gewezen worden hoe exact de inspiratie is van de Heilige Schrift hierin dat zij onderscheid maakt tussen
het geboren worden van Christus als Mens, maar het gegeven worden van Hem als de Zoon. (16) Hij was
de Zoon van God vanaf alle eeuwigheid, uniek (17) en altijd in de schoot van de Vader. Hij werd niet de
Zoon, alsof Hij slechts geboren werd door de Heilige Geest. Hij IS de Zoon. Daarom was het zeer
nauwkeurig van Jesaja om het werkwoord 'geven' te gebruiken. Er is daarom zeer veel te zeggen voor
de term 'woordelijke inspiratie'! De andere titels van dit vers kunnen allemaal gevonden worden in dit
evangelie.
Een kind is geboren - "Het Woord werd vlees" (Joh. 1:14);
Een Zoon is gegeven - "En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft
het niet begrepen (lett. 'heeft het niet aangepakt'). . ."
(Joh. 1:5);
"Maar zo velen Hem aangenomen hebben, hun gaf Hij het
recht kinderen van God te worden . . ." (Joh. 1:12);
De heerschappij is op - ". . . zoals Gij hem macht gegeven hebt over alle
Zijn schouder vlees" (Joh. 17:12)
En men noemt zijn naam - "Hierin is toch iets wonderlijks, dat gij niet weet vanwaar
Hij is, en toch heeft Hij mijn ogen geopend." (Joh. 9:30b;
vgl. Mk. 7:37, 12:11, Lu. 4:36).
Raad - Door alle evangeliën heen geeft Christus het beste advies.
Christus zei: "Gij noemt Mij Meester en Heer; en gij zegt
het terecht, want Ik ben het." (Joh. 13:13; vgl. Mt. 23:8
waar Hij zegt dat wij ons niet rabbi of meester moeten
laten noemen, noch iemand onze vader moeten noemen,
omdat God de Vader dat allemaal van ons is);
Sterke God - Thomas zie, "mijn Heer en mijn God", (Joh. 20:28);
Vader der Eeuwigheid - Als de Schepper is Christus de Vader van alle mensen en heeft
Hij de macht om hun eeuwig leven te geven (vgl. Joh. 1:3,10;
3:36);
Vredevorst - "Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet als de wereld
geeft, geef ik u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet
versaagd" (Joh.14:27; vgl. 1 Joh. 4:18).
Deze titels worden vanzelfsprekend ook waargemaakt in de andere evangeliën, maar in het vierde
bij uitstek, vanwege de Godheid van Christus die in de schoot van de Vader woont.
Inleiding
De Cherubim Parallel
De Profetische Parallel
De Kleuren Parallel
De Slachtoffer Parallel
De Materialen Parallel
De Bedekkingen Parallel
Slotwoord
Aanhangsel
Bibliografie
top van pagina
De Patriarchische Parallel
In de brief aan de Hebreeën wordt Melchizedek afgebeeld als een type van Christus als de
hogepriester (hfd. 7). Zo hebben ook veel bijbeluitleggers (18) in andere oudtestamentische personen typen
van Christus gezien die alle hun speciale kenmerk hebben. In verband met de vier evangeliën hoeven we
alleen maar Abraham, Izaäk, Jakob en Jozef te noemen. We zien Jozef als de geliefde zoon in alle rust
in de tent van zijn vader. Echter toen hij naar zijn broers gestuurd werd, begonnen zijn problemen en
eindigde hij in Egypte. Zo verliet Christus Zijn Vader en spoedig na Zijn vleeswording moesten Zijn ouders
naar Egypte vluchten om aan Herodes te ontkomen. Christus kwam in het midden van Zijn volk, de
Joden, maar zij verwierpen Hem. Daarom werd het Koninkrijk der Hemelen een verborgen koninkrijk
dat we in de Kerk vinden (Mt.16:18). De veelkleurige rok van Jozef werd verscheurd en met bloed
besmeerd en zo werd Christus gekruisigd door Zijn eigen volk. Na veel lijden werd Jozef door Farao tot
koning over heel Egypte gemaakt. "Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en hem de naam
verleend, die boven alle naam is . . ."(Fil. 2.9). In de bergrede handelt Christus als een koning die zijn eigen
constitutie geeft. Na Zijn opstanding uit de doden zei Hij: "Mij is alle macht in hemel en op aarde
gegeven". Is Christus niet de ware Jozef die weerstand biedt aan de verleiding van de wereld om Hem
koning te maken (Joh. 6)? En evenals de verleidster zich tegen Jozef keerde toen hij haar had
terechtgewezen, zo keerden de Joden zich tegen Christus. Net als het leven van Jozef een uitzonderlijk
type is van koningschap, zo toont Matthéüs Christus' rechten op de troon van David. Hoewel er veel
meer over Jozef en zijn voorouders te zeggen valt, zullen wij de vergelijking kort houden, omdat wij dit
essay beknopt willen houden.
top van pagina
Jakob kan als een type van Christus gezien worden die voor Zijn geliefde, de Kerk, dient. Jakob
leed veel, vaak door zijn eigen schuld, maar Christus deed alles voor ons.
Izaäk is een duidelijk beeld van Christus als man en bruidegom van de Kerk. Izaäk woonde in het
land en daalde nooit naar Egypte af. Hij was altijd bij zijn vader en woonde in een tent zoals een ware
pelgrim betaamt. Dit is typisch een beeld van het pelgrimskarakter van Christus en van Zijn hemelse
interesses. In Lukas lezen we dat Christus zegt: "Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet dat Ik
moet zijn in de dingen van Mijn Vader?" (Lu. 2:49).
En Abraham, natuurlijk, is bij uitstek de man van het geloof. In Johannes, het evangelie voor de
getrouwe gelovige, komt het woord 'geloven' ongeveer honderd maal voor. Christus zegt daar: "Abraham,
uw vader, verheugde zich er op, dat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft [die] gezien en zich verblijd" (Joh.
8:56). Uit Hebreeën (11:10) weten wij dat hij een stad verwachtte die fundamenten heeft en waarvan God
Zelf de maker en bouwmeester is. Deze man van buitengewoon groot geloof wist ontzettend veel en
genoot veel openbaring, veel meer dan het boek Genesis beschrijft, zoals uit deze twee
nieuwtestamentische passages blijkt.
Verwondert het ons dan dat Christus de passage van de brandende braamstruik aanhaalt?
"Maar wat de doden betreft, dat zij opgewekt worden, hebt gij niet gelezen in het boek van
Mozes, in [de geschiedenis van] het doornbos, hoe God tot hem sprak en zei: 'Ik ben de God van
Abraham en de God van Izaäk en de God van Jakob'? Hij is niet de God van doden, maar
van levenden. Gij dwaalt dan zeer." (Mk. 12:26, 27).
Het schijnt dat mensen in het N.T. ook de eigenschappen van Christus kunnen tentoonspreiden.
Het is heel frappant dat Jozef van Arimathea in Matthéüs een rijke man (beter 'mens' [a*nqrwpo" an-thro-pos]) wordt genoemd (27:57); in Markus een eerbaar raadsman, wat zijn beroepsijver aanduidt
(15:43); in Lukas een goed en rechtvaardig man (a*nhr [a-nèr]duidt zijn mannelijkheid aan)(23:50); en
in Johannes is het enige dat vermeld wordt dat hij in het geheim een discipel van Jezus was en dat geeft zijn
status als gelovige aan (19:38). Dit alles leert ons duidelijk dat wij, omdat we Christenen zijn, beelden van
Christus moeten zijn die Zijn Naam eer aan doen! (Wat betreft het rijk zijn van deze Jozef, dat moeten we
vooral geestelijk nemen! Ik ben bang dat vele Christenen in het westen van vandaag gecorrumpeerd zijn
door het heersende materialisme. Deze decadentie moet ook de reden zijn achter de opgeblazen leegheid
van de gelovigen in Laodicea, de laatste gemeente die in Openbaring 3 wordt genoemd. Dit is zeker
profetisch en is van toepassing op ons vandaag!) Tussen haakjes, het O.T. voorspelde dat de Messias bij
de rijke zou zijn in Zijn dood (Jes.53:9). Jezus werd gelegd in het graf van deze rijke Jozef, die het voor
zichzelf uit de rotswand had laten houwen.
Inleiding
De Cherubim Parallel
De Profetische Parallel
De Patriarchische Parallel
De Slachtoffer Parallel
De Materialen Parallel
De Bedekkingen Parallel
Slotwoord
Aanhangsel
Bibliografie
top van pagina
De Kleuren Parallel
In Matthéüs lezen we dat de soldaten van Pilatus Christus een scharlaken mantel aandoen (27:28);
in Markus is het een purperen mantel (15:17); in Lukas doen de soldaten van Herodes Hem een
schitterende mantel aan (23:10) en in Johannes is er weer sprake van purper (19:2). Dit lijkt een
tegenstrijdigheid, tenzij dat de alternatieve lezing in Matthéüs, die ook van 'purper' spreekt, de juiste is.
Maar dat schijnt niet de juiste lezing te zijn, daar de meeste manuscripten 'scharlaken' lezen. De oplossing
zou kunnen zijn dat de soldaten van Pilatus een soort mantel hadden die beide uit scharlaken en purper
bestond; zoals de vrouw in Openbaring 17 draagt.
S. Ridout houdt het voor mogelijk dat de soldaten verschillende mantels hadden, "om al hun spot
uit te gieten, evenals ook Herodes Hem kleedde in een schitterende mantel". Sommige bijbeluitleggers (19)
hebben Gods hand in de verschillende verslagen gezien en hebben een verband gelegd met de ingang van
de tabernakel. Die was gemaakt van fijn linnen met de kleuren blauw, purper en scharlaken erop (Ex. 26:
27, 36). Christus wordt ook voorgesteld door deze deur, of voorhang. Hier als de toegang tot God. Hoe
betekenisvol is het dat toen Christus stierf de voorhang naar het Heilige der Heiligen op een
bovennatuurlijke wijze gescheurd werd van boven naar beneden (Mat. 27:41). Dit wijst erop dat we nu
de toegang tot God kunnen hebben zonder het bloedvergieten van dieren, die alleen maar typen waren van
het algenoegzame offer van Christus! (Vgl. Hebr. 10:19-22).
Bijbeluitleggers zijn het erover eens dat blauw in verband staat met Johannes, want het herinnert
aan de hemel en daarom is het typerend voor de Goddelijkheid van Christus. Sommigen verbinden wit
met Marcus en anderen met Lucas. Maar als deze vier kleuren, net als de cherubs, echt als specifieke
beelden van de Persoon en het Werk van Christus moeten worden beschouwd, dan wordt wit het beste
met Lucas verbonden. Want fijn wit linnen is een beeld van de rechtvaardige daden van de gelovigen (Op.
19:8). En het is in Lucas dat we Hem als de perfecte en rechtvaardige Mens vinden. In Lucas (1:35)
wordt Hij "dat Heilige" genoemd. Maar anderen beweren dat wit spreekt van de daden die rechtvaardig
zijn en passen het toe op Marcus.
top van pagina
Een vergelijkbaar conflict bestaat over de kleuren scharlaken en purper. (20) Sommigen passen
scharlaken toe op Matthéüs, omdat het een embleem van koninklijkheid is. Anderen passen het toe op
Marcus, omdat het wijst op nederigheid en omdat de kleur wordt vervaardigd dankzij de dood van
duizenden kleine insecten. En wat purper betreft, de één beweert dat het een koninklijke kleur is en
verbindt het met Matthéüs en de ander zegt dat het een wereldlijke kleur is en verbindt het met Lucas, het
evangelie voor de beschaafde mens. Echter, laten wij het op Matthéüs houden, waar staat dat de soldaten
Hem een scharlaken mantel aandeden en Hem uitlachten als de Koning der Joden.
Purper spreekt ook van koninklijke waardigheid (zie Richt. 8:26). Echter, wanneer we denken
aan rood purper en aan de wijze waarop de verfstof geproduceerd werd, dan zien we het duidelijk als een
symbool van het bloed en het grote lijden van Christus. Zo duidt de purperen mantel in Marcus zowel op
Zijn lijden (". . . en zij vlochten een doornenkroon en zetten die op Zijn hoofd . . . en zij sloegen op Zijn
hoofd met een rietstok", Mar. 15: 17, 19) als op Zijn verheerlijking ("Zo dan, nadat de Here tot hen had
gesproken, werd Hij opgenomen in de hemel en zat Hij aan de rechterhand van God (16:19)".
Zo is de Persoon van Christus en zo is Zijn Werk, evenals de voorhang van de tabernakel, een
geheel van aspecten die onderling samenhangen. En in de evangeliën worden ze extra benadrukt, ieder
apart voor onze lering. Want wie zou Zijn persoon hebben kunnen doorgronden of analyseren? Wie zou
de draden kunnen hebben nagaan, indien de Heilige Geest ze niet op een viervoudige wijze had
geopenbaard!
"O diepte van rijkdom, zowel van de wijsheid als van de kennis van God! Hoe ondoorgrondelijk
zijn Zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!" (21)
"Maar God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen,
ook de diepten van God." (22)
"Want wie heeft de zin van de Here gekend? Of wie is zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem
eerst gegeven, en het zal hem vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle
dingen! Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen." (23)
Inleiding
De Cherubim Parallel
De Profetische Parallel
De Patriarchische Parallel
De Kleuren Parallel
De Materialen Parallel
De Bedekkingen Parallel
Slotwoord
Aanhangsel
Bibliografie
top van pagina
De Slachtoffer Parallel
Hoewel de paar oudtestamentische parallellen die wij zojuist bestudeerd hebben mooi zijn om te
bezien, zijn zij slechts de zichtbare schoonheid van Christus. Als eenmaal onze aandacht gevestigd is op
Zijn meest in het oog springende karaktertrekken, moet onze interesse niet afnemen,
maar-integendeel-toenemen om Zijn onzichtbare kwaliteiten te vinden.
In dit verband is het goed om een apologetische opmerking te maken ter verdediging van het
symbolisme of de typologie. De brief aan de Hebreeën, evenals andere schriftplaatsen-maar deze brief
in het bijzonder-getuigt van het feit dat het materiële een schaduw is van het geestelijke.
"Want omdat de wet een schaduw heeft van de toekomstige dingen, niet het beeld van de dingen
zelf . . .." (24)
"Want Christus is niet ingegaan in het met handen gemaakte heiligdom, een tegenbeeld van het
ware, maar in de hemel zelf, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons." (25)
"Naar de genade van God, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament
gelegd en een ander bouwt er op. Maar een ieder zie toe, hoe hij er op bouwt. Want niemand kan
een ander fundament leggen, dan wat er ligt, dat is Jezus Christus." (26)
"Weet u niet dat uw lichaam de tempel is van de Heilige Geest, die in u is, die u van God heeft en
dat u niet van uzelf bent?" (27)
"Jullie zelf worden ook als levende stenen gebouwd een geestelijk huis, een heilig priesterdom,
om geestelijke offeranden te offeren, die aangenaam zijn voor God door Jezus Christus." (28)
In deze zeer belangrijke gedeelten geeft de Bijbel zelf een voorbeeld van exegese, namelijk dat wij
het O.T. (29) in de eerste plaats geestelijk (hoewel we ook de letterlijke, historische en profetische
betekenissen moeten trachten te begrijpen) moeten interpreteren. De oudtestamentische tempel is een
materieel, letterlijk evenbeeld van de tempel in het N.T., de Kerk, waar Christus zelf het fundament van
is. Christenen zijn levende stenen, geestelijke stenen om zo te zeggen en samen vormen zij een heilig
priesterdom dat geestelijke offeranden offert aan God. Alles wat wij doen voor God, door Jezus Christus,
is een offerande: aanbidding, gebed, giften en een heilig leven.
top van pagina
Natuurlijk bestaat er verschil in de waarde van een offerande, evenals in de tijd van de wet iemand
een koe, een lam, of slechts een paar tortelduiven kon offeren. God zoekt hen die Hem aanbidden in Geest
en waarheid (Joh. 4:23, 24). Daarom moeten wij groeien in ons geestelijk inzicht en van de duidelijkere
naar de meer verborgen waarheden voortgaan. (De Bijbel spreekt van de onvervalste melk voor de
'baby's' in Christus en van het vaste voedsel voor de volwassenen; verg. 1 Pet. 2:2; Heb. 5: 12-14).
Vele bijbeluitleggers hebben precies dat gedaan, door de genade van God en zij hebben op het
fundament gebouwd dat voor hen gelegd was. Uit de exegetische voorbeelden, zoals hierboven
aangehaald, hebben zij verbazingwekkende conclusies getrokken. Op deze wijze hebben zij ontdekt dat
de vier hoofdofferanden in de wet van Mozes, vier verschillende aspecten van het Werk van Christus aan
het kruis voorstellen. (30) Zij ontdekten vele aanwijzingen in de manier waarop deze offeranden gebracht
werden. Het zou teveel zijn voor deze korte verhandeling om dat allemaal uiteen te zetten. Laat het genoeg
zijn om de belangrijkste elementen te noemen.
De vijf hoofdofferanden kunnen in twee soorten onderscheiden worden: drie gaven een liefelijke
reuk voor God en de andere twee niet. De eerste zijn het brand-, spijs- en vredeoffer, de laatste het
schuld- en zondoffer. De eerste vertegenwoordigen de evangeliën van Johannes en Lucas en de laatste
die van Matthéüs en Marcus.
In Johannes is alles goddelijke volmaaktheid, zo ook in het brandoffer. Alles moest rein en puur
zijn, het hoofd, het vet, de ingewanden en de benen (ook wel schenkelen; Lev. 1:8, 9). Deze vier delen
schijnen het verstand, de wil, motieven en wandel van Christus voor te stellen! Hij gaf het volmaakte
voorbeeld van het liefhebben van God met heel je hart, heel je ziel, al je kracht en heel je verstand en je
naaste als jezelf. Alles was volmaakt bij Hem. Evenals de delen van het offer letterlijk gewassen werden,
zo werd Christus door God de Vader gadegeslagen en foutloos bevonden. En zo gaf het brandoffer een
aangename reuk voor God, omdat Gods heiligheid volmaakt geëerd werd.
Het vredeoffer stelt typisch de omgang voor tussen God en de gelovigen als een resultaat van het
offer van Christus. (31) Want de borst werd door Aäron en zijn zonen gegeten, en die stellen christenen voor
die aanbidden. In het evangelie volgens Lucas vinden we het verhaal van de verloren zoon die hersteld
wordt en zijn vader terugvindt (Luc. 15). Het gemeste kalf wordt geslacht (beeld van Christus; Zijn wil was
zeer ontwikkeld!) en het resultaat is gemeenschap tussen de vader en zijn obstinate zoon (die, tussen
haakjes, een type van de heidense naties is; de oudste zoon duidt op de Joden in hun jaloersheid m.b.t.
Gods aandacht voor hen die zich buiten Israël bevinden).
Het zondoffer, behalve het vet, moest buiten de legerplaats verbrand worden (Ex. 29:14). Dit duidt
op de drie uren van duisternis toen Jezus het uitriep, "Mijn God, Mijn God, waarom heeft U Mij verlaten!"
(Mark. 15: 34). Dit wordt niet vermeld in Lucas en Johannes, waar Christus als een offer met een liefelijke
reuk wordt voorgesteld. Hier zijn wij getuigen van die afschuwelijke afwijzing die de Heilige leed terwijl
Hij tot zonde voor ons werd gemaakt.
"Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden
worden gerechtigheid van God in Hem." (32)
top van pagina
In het zondoffer zien we dus dat Christus gestraft werd alsof Hij de bron of oorzaak zelf was van
de zonde. (33) Het vuur van Gods heilig oordeel moest Hem straffen in deze momenten, zodat wij
gerechtigheid van God zouden kunnen worden. Let erop dat Aäron en zijn zonen hun hand op het hoofd
van het offer moesten leggen (Ex. 29:10), om zo hun één zijn met het offerdier tot uitdrukking te brengen.
Gelovigen moeten hetzelfde doen in het geloof. Christus stierf ook voor ons, ook voor mij.
In het schuldoffer zien we Christus die betaalt voor al onze zonden apart, niet dus hier voor de
zondigheid vanaf Adam als een macht in ons leven. Hoe is dit typisch voorgesteld in Matthéüs, het
evangelie van de Koning Messias. Wanneer wetten overtreden worden, moeten er boetes betaald worden.
En wat ons betreft, Christus betaalde meer dan alleen voor onze zonden. (34) Zo moest ook de overtreder
er een vijfde deel bovenop doen bij wat hij moest teruggeven (Lev. 5:16).
Het is interessant om te zien dat in Matthéüs Christus "Eli, Eli," roept, maar in Marcus "Elohi,
Elohi". Men zou kunnen beweren dat dit duidelijk een tegenstrijdigheid is. Marcus zegt één ding en
Matthéüs een ander ding. Want het kan niet (waarom niet eigenlijk?) dat Christus de frase herhaalde,
eenmaal met 'Eli' en eenmaal met 'Elohi'. Maar wat een struikelblok voor critici wordt-juist omdat zij
fouten willen ontdekken-wordt een bron van inwijding en aanbidding voor een aandachtige gelovige.
Matthéüs en Marcus, evenals de twee andere evangelisten, worden geleid door de Heilige Geest, die de
grote Dirigent is van dit quartet, de Wever van dit kleed met vier kleuren. Wat de betekenis van dit kleine
verschil schijnt te zijn (beide 'Eli' en 'Elohi' betekenen 'mijn God') is een minutieuze nuance. 'Eli' (van
) heeft de bijbetekenis van macht, de Machtige en 'Elohi' (van ['Eloah'] (35) duidt erop dat God
uniek is-die geen andere god of godin tolereert-en dat Hij het enige voorwerp van aanbidding is als de
enige ware God. (36) Nu, de betekenis van 'macht' is duidelijk in harmonie van het karakter van de Koning
Messias en de idee van de unieke en enige waarachtige God wordt gezien in het karakter van
Dienstknecht Profeet, zoals weergegeven in Markus. We zien, dus, dat de woorden van Christus
bevestigd worden (Mat. 5:18) dat niet één jota of één tittel van Zijn Woord voorbij zou gaan. Niet alleen
ieder woord is van God gegeven, maar slechts één letter is met opzet anders. Zowel Matthéüs als Marcus
hadden het bij het rechte eind vanuit geestelijk opzicht, want beide aspecten zijn waar voor de veelkleurige
persoonlijkheid van Christus. En op een letterlijk niveau duiden beide woorden op dezelfde Persoon-'Mijn
God'.
Tussen haakjes, deze schreeuw 'Mijn God, Mijn God, waarom heeft U Mij verlaten?' is de
vervulling van psalm 22, evenals Christus ook wist dat Hij de Schriften moest vervullen toen Hij zei, 'Ik heb
dorst' (Joh. 19: 28; zie Ps. 69: 21[natuurlijk had Hij ook echt dorst!]). Sommige mensen hebben de
vermetelheid gehad om te beweren dat deze schreeuw bewijst dat Jezus Zelf geen hoop meer had en aan
alles twijfelde. Dit is duidelijk nonsens, zo niet godslastering, in het licht van psalm 22; waar-net als in
Markus-we Hem als het zondoffer zien. En het is als zodanig dat Hij het uitschreeuwt, om de ernst van
dat alles tot uitdrukking te brengen. Hij twijfelde niet aan God of aan Zichzelf. Want in het vierde vers van
deze psalm wordt het antwoord op deze hartenkreet gegeven: "Want U bent heilig, o, U die de lofzangen
van Israël bewoont." Het was vanwege Gods absolute heiligheid dat Christus een tijd verlaten werd. God,
in Zijn goddelijke zuiverheid, kan de zonde niet door de vingers zien en er geen contact mee hebben. Moge
God tronen op de lofzangen van de tempel van Zijn 'Israël'!
Inleiding
De Cherubim Parallel
De Profetische Parallel
De Patriarchische Parallel
De Kleuren Parallel
De Slachtoffer Parallel
De Bedekkingen Parallel
Slotwoord
Aanhangsel
Bibliografie
top van pagina
De Materialen Parallel
De voornaamste bouwmaterialen van de tabernakel waren goud, zilver, koper en hout. De
eigenschappen van deze materialen zijn wonderlijke beelden van de verschillende facetten van de Persoon,
het leven en werk van Christus. Goud, zilver en koper komen hierin overeen dat ze duurzaam zijn en
zuiver.
"De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te
proeven." (37)
Maar goud is kostbaarder en zeldzamer dan de andere twee materialen. Het spreekt van de goddelijkheid
van Christus en benadrukt dat het belangrijk is om Hem te begrijpen. Mensen maken zich druk om goud,
proberen vaak alles om er aan te komen en betalen er grote sommen geld voor. Maar geestelijk goud, om
zo te zeggen, is nog veel kostbaarder.
". . . de beproeving van uw geloof, veel kostbaarder dan die van goud, dat vergankelijk is . . .." (38)
"Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; INDIEN gij uw hart tot verstandigheid neigt; Ja,
zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid; INDIEN gij haar zoekt als
zilver, en naspeurt als verborgen schatten; DAN zult gij de vreze des Heeren verstaan, en zult de
kennis van God vinden." (39)
"Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt! Want
haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud.
Zij is kostelijker dan robijnen; (40) en al wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken." (41)
Het bezit van geestelijke schatten is boven alles te verkiezen. Het zijn schatten die wij in de hemel
vergaren tegenover aardse schatten in een kluis (Mat. 6:21; 19:21!). In de tabernakel werd zeer veel goud
gebruikt. Vele dingen werden met goud bedekt of bestonden uit puur goud. Zo behoren ook onze levens
rijk aan geestelijk goud te zijn, dat wil zeggen, bewogen zijn door een innige relatie met Christus en met
God de Vader.
Zilver spreekt van de kostbaarheid van de vrijkoping door Christus. Hij leed voor onze
overtredingen (Jes. 53:5). Jezus werd voor dertig stukken zilver verkocht (Mat. 27:9). De funderingen
van de rijkelijk vergulde planken waren van zilver gemaakt (Ex. 26:19). We hebben al gezien dat Christus
het fundament is. Echter, velen hebben het zilver weggegooid. Zij spreken minachtend van een 'bloed
religie' en prediken dat men zijn eigen redding moet bewerken, of zelfs dat helemaal niet meer. Voor hen
is het fundament een struikelblok geworden. Evenals vele Joden in het O.T. van hun eigen geloof afvielen,
zo zijn moderne theologen een 'afvallig Israël' geworden.
". . . zoals geschreven staat: 'Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis;'
en 'een ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden." (42)
O, mogen zij zich toch realiseren dat '. . . wie op deze steen valt, zal verbrijzeld worden; maar op wie Hij
vallen zal, die zal Hij verpletteren' (Mat. 21:44). Voor gelovigen is Christus de rots van het geloof (Mat.
16:18), maar voor ongelovigen wordt Hij de rots der ergernis (1 Pet. 2:7).
Koper is harder dan goud en werd gebruikt om het hout van het altaar te bedekken. Want het
altaar werd gemaakt van het hout van de acaciaboom, zwaar beslagen met koper. Dit maakt het hout
vuurvast. Dit is een beeld van het volmaakte mens-zijn van Christus (hout), dat volmaakt bestand was
tegen het oordeel van God. 'Hij deed geen zonde' (1 Pet. 2:22); 'in Hem was geen zonde' (1 Joh. 3:5);
en 'Hij kende de zonde niet' (2 Kor. 5:21) [dat wil zeggen dat Hij die niet als een kracht en invloed ervoer;
natuurlijk herkende Hij de zonde en zag Hij wat het was. Hij kon zeggen: "Wie overtuigt mij van zonde?"]).
Als het anders geweest was, dan, met alle eerbied, had Christus tot op vandaag nog steeds in het graf
gelegen. Maar Hij had de macht om Zijn leven af te leggen en het weer te nemen (Joh. 10:18). Daarom
stond Hij weer op op de derde dag, nadat Hij aan het kruis de volle toorn van God had verdragen die over
Hem uitgegoten werd.
top van pagina
Hout werd niet alleen gebruikt als een symbool in relatie met koper (oordeel). Apart gezien spreekt
het van Zijn mens-zijn, het feit dat Hij opgroeide en connecties had met andere mensen. Op weg naar het
kruis zei Hij tegen de vrouwen die Hem beweenden, 'Want als zij dit doen aan het groene hout, wat zal
aan het dorre gebeuren?' (Lu. 23:31).
We hebben nu weer een oudtestamentische parallel gezien van vier beelden en hun tegenbeelden
in het N.T. Het is goed om te weten dat de goddelijkheid van Christus niet alleen in Johannes wordt
gevonden. Wij vinden dit geestelijke goud ook in de andere evangeliën. Want natuurlijk bevestigen zij
elkaar. Maar in het maken van deze gevolgtrekkingen is de toetssteen wat het meest uitgesproken aspect
van een evangelie is. Zo vinden we meer goud en 'arendachtigheid' in Johannes dan ergens anders. In de
andere evangeliën gebeurt iets dergelijks.
De vraag is of WIJ met goud, zilver en kostbare stenen op dit fundament bouwen. De Israëlieten
gaven deze materialen als offeranden (Ex. 35:5). Bieden wij God geestelijke giften aan die werkelijk goud,
zilver en kostbare stenen zijn? Of geven wij maar wat hooi en stoppelen? Dat zal verbrand worden
wanneer al onze werken beproefd worden voor de rechterstoel van Christus (1 Kor. 3:9-15). Zijn onze
levens 'levende offeranden' (Rom. 12:1), die werkelijk de Persoon van Christus weerspiegelen? Of zijn
wij als Israël in de dagen van Maleachi, toen het de mensen niet kon schelen wat voor soort offers zij
brachten? Velen kwamen zelfs met onvolmaakte offeranden om geld uit te sparen.
"Ja, vervloekt zij de bedrieger, die een mannetje in zijn kudde heeft, en den Heere belooft, en
offert, dat verdorven is! want Ik ben een groot Koning, zegt de Heere der heirscharen, en Mijn
Naam is vreselijk onder de heidenen." (43)
"Want zo dikwijls gij dit brood eet en de drinkbeker drinkt, verkondigt gij de dood van de Heer,
totdat hij komt. Daarom, wie op een onwaardige wijze het brood eet of de drinkbeker van de
Heer drinkt, zal schuldig zijn aan het lichaam en het bloed van de Heer." (44)
Vele 'theologen' van vandaag aan de dag wagen het om de minachtende term 'slagersreligie' te gebruiken.
Zij reduceren de dood van Christus tot het niveau van een dier, letterlijk. Laten zij gewaarschuwd zijn,
want zij brengen een vloek over zichzelf.
"Maar laat een mens (45) zichzelf beproeven en zo eten van het brood en drinken van de drinkbeker.
Want wie eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, als hij niet onderscheidt het lichaam
[van de Heer]." (46)
Een andere mogelijkheid is dat wij zijn als Israël ten tijde van de koningen, toen velen van hen
offeranden brachten aan vreemde goden. Zulke mensen hebben voor zichzelf andere goden gekozen.
Deze goden kunnen mooi zijn, uit hout gesneden, of zelfs geslagen uit puur goud of zilver. Maar zij zijn
vreemde goden en de aanbidders ervan maken verwijderen zich van de ware God; zodat Hij hun zal
zeggen in de dag van het oordeel:
"En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, werkers van de
wetteloosheid!" (47)
Inleiding
De Cherubim Parallel
De Profetische Parallel
De Patriarchische Parallel
De Kleuren Parallel
De Slachtoffer Parallel
De Materialen Parallel
Slotwoord
Aanhangsel
Bibliografie
top van pagina
De Bedekkingen Parallel
De tabernakel had vier verschillende bedekkingen en deze dienden als dak (Ex. 36:8-19). De
buitenste bestond uit de huiden van dassen of eventueel van zeehonden, de tweede van rood geverfde
ramsvellen, de derde van geitenhaar en de vierde en binnenste van fijn linnen.
Zeekoevellen zijn stug en dienen uitstekend voor bescherming tegen weersinvloeden. Echter, ze
zijn ook lelijk.
". . . Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat
wij Hem zouden begeerd hebben. Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een
Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht
voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden
op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen . . . Maar Hij is om onze overtredingen
verwond . . . en door Zijn striemen is ons genezing geworden." (48)
De Joden wensten het Koninkrijk stante pede. Zij verwachtten niet een Messias die zou lijden en
sterven. Zelfs de discipelen begrepen dit niet, hoewel Christus het hun had gezegd bij verschillende
gelegenheden. Slechts één persoon in de hele wereld, een vrouw, begreep het-Maria, de zuster van
Martha. Moge de Kerk toch meer zijn zoals zij en ook de kostbaarste balsem opofferen in dankbaarheid
voor Zijn dood (Joh. 12:1-8).
"Van toen af trokken zich velen van Zijn discipelen terug en wandelden niet meer met Hem." (49)
top van pagina
Vele mensen hebben wel interesse in Jezus als een leraar van moraal, een wijze, of zelfs als een
soort vrijheidsstrijder of revolutieleider. Maar de echte Christus is onaantrekkelijk voor hen, net als de
zeekoevellen; evenals Marcus Hem uitbeeldt als de gehoorzame Dienstknecht. Zij willen geen Redder die
voor hun zonden moest sterven. Zij verwerpen Hem als zodanig ten enenmale. Laat hen gewaarschuwd
zijn vanwege het volgende:
"En ik zag de hemel geopend, en zie een wit paard, en die daarop zit, heet Getrouw en Waarachtig,
en hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn
hoofd waren vele diadémen en Hij had een geschreven naam, die niemand kent dan Hij zelf. En
Hij was bekleed met een kleed in bloed gedoopt, en Zijn naam wordt genoemd: het Woord van
God. En de legerscharen die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, bekleed met wit,
rein, fijn linnen. En uit Zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard, opdat Hij daarmee de
volken slaan zou. En hij zal hen hoeden met een ijzeren roede en Hij treedt de wijnpersbak van
de wijn der grimmigheid van de toorn van God, de Almachtige. En Hij heeft op Zijn kleed en op
zijn heup een naam geschreven: Koning der koningen en Heer der heren." (50)
Hij die Zichzelf vernederde, evenals Jozef, zelfs tot in de dood en wel de dood van het kruis, is verheven
boven iedere naam, zodat 'alle tong zou belijden, dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de
Vader.' (Fil. 2:11). Christus zal terugkomen als de Koning. Sinds Zijn hemelvaart zit Hij aan de
rechterhand van God, maar Hij zal terugkomen om, als Rechter van de levenden de 'bokken van de
schapen te scheiden' (Mat. 25:32).
De kleur van de tweede bedekking, als een beeld van bloed, duidt op een ernstig oordeel. Christus
is de Koning, maar in Zijn erbarmen en genade geeft Hij de wereld een lange tijd om zich tot God te
bekeren. Maar een koning kan niet altijd geduldig zijn-Christus ook niet.
De derde bedekking bestond uit geitenhaar. Volgens Ridout (51) was het kleed van geitenhaar
waarschijnlijk hetzelfde als wat 'sackcloth' genoemd werd. Het was zwart(achtig) en werd gebruikt door
rouwklagers. Vandaar de uitdrukking 'zich bekeren in zak en as' (Mat. 11:21). Christus, die de Zoon des
mensen is, was volmaakt humaan en goddelijk menslievend. En daarom was Hij ook een rouwklager die
in ware afzondering leefde van het kwaad en diep medelijden had met alle mensen. Zij zijn het werk van
Zijn hand; Hij heeft ze lief, volmaakt lief.
En tenslotte hebben we de bedekking van fijn linnen. Het had de afbeeldingen van cherubs,
gemaakt van scharlaken, rood en blauw purper. Wanneer een gelovige eenmaal is ingewijd, na de eerste
moeilijkheden van het Christen-zijn te hebben ondergaan: van het afleggen van de oude mens, de oude
natuur; dan is hij of zij pas echt bekwaam om een priester of priesteres te zijn binnenin de tabernakel.
Daar schittert het goud rondom en weerkaatst het licht van de kandelaar. Aan de binnenkant kon men pas
dit wonderbaarlijk geweven kleed bewonderen. Mensen aan de buitenkant kunnen de heerlijkheden van
Christus niet aanschouwen. Zij hebben allerlei gedachten en ideeën, de ene nog verkeerder dan de andere.
Maar aan de binnenkant kunnen zij gezien worden. Echter, wie wil om de materialistische wereld
opofferen, om die andere wereld te winnen die veel kostbaarder is, namelijk die uit ware spiritualiteit
bestaat? Het betekent niet dat wij kluizenaars moeten worden die alle bezit afzweren. Wat vereist wordt,
is berouw, geloof en afzondering. Niet krokodillentranen over onze fouten, levend geloof en een heilige
wandel wordt door God gevraagd. Wie is bereid om door te dringen in het hart van het christendom, om
naar de wonderbaarlijke heerlijkheden van Christus te speuren? Laat hen deze geestelijke tempel
binnengaan. Laat hen aandachtig de werken van vrome bijbeluitleggers lezen, christenen die de Naam
waardig zijn.
Inleiding
De Cherubim Parallel
De Profetische Parallel
De Patriarchische Parallel
De Kleuren Parallel
De Slachtoffer Parallel
De Materialen Parallel
De Bedekkingen Parallel
Aanhangsel
Bibliografie
top van pagina
SLOTWOORD
Wanneer we de Schriften hebben onderzocht en het goud, het zilver en de kostbare edelstenen
hebben ontdekt-schatten in de hemel-wordt ons geloof dan niet gesterkt, evenals van Christus' discipelen
toen zij getuigen waren geweest van het water dat Hij in wijn veranderde (Joh.2:11)? (52) Want de goddelijke
inspiratie wordt echt bewezen door analyses zoals deze gemaakt zijn door de schrijvers die wij in deze
studie hebben aangehaald. Want dit soort harmonie kan door de hele bijbel heen gevonden worden. Geen
enkele groep van mensen zou ooit zo'n harmonieus meesterwerk kunnen hebben samenstellen. Er zou veel
te veel zijn om rekening mee te houden, veel te veel om over te debatteren. Wanneer gelovigen de
wonderen van de inspiratie mogen zien, dan wordt hun geloof meer in Christus geworteld.
Maar critici, omdat ze vleselijk zijn in plaats van geestelijk, kunnen de dingen van de Geest niet
verstaan (1 Kor. 2:14; Gal. 5:17). Zij falen niet alleen om een echt geestelijk niveau te bereiken, zij kunnen
niet eens de uiterlijke heerlijkheden van Christus accepteren; de onderscheiden karakters zoals voorgesteld
door de schrijvers van de vier evangeliën. Velen van hen houden zich druk bezig met vragen als in hoeverre
Matthéüs van Marcus geleend zou hebben; maar zij realiseren zich niet dat de evangeliën te belangrijk zijn
voor alleen maar van elkaar lenen. Een schrijver zou zich er niet aan wagen om aan het origineel te
rommelen. Omdat zij of direct ooggetuigen waren en/of omdat zij hun informatie van andere ooggetuigen
hadden, hadden ze niet eens de noodzaak om van elkaar te lenen. Gedreven door de Heilige Geest
jaagden zij ieder hun eigen doel na, alles om de veelvuldige heerlijkheid van Christus uit te dragen. Het
resultaat is niet een hopeloze kluwen tegenstrijdigheden, maar een wonderbaarlijke harmonie.
Kan er enige twijfel zijn over Christus' zondeloos mens zijn en Zijn absolute Godheid? Niet voor
hen die de bijbel aanschouwd hebben door het vergrootglas van de Geest. Voor hen zijn de evangeliën
en inderdaad de gehele bijbel als het uitzonderlijke kleed van Christus (Joh. 19:23), geweven van de top
tot aan de onderkant als één geheel, zonder een zoom voor de schering en inslag; de draden gingen rond
en rond in volmaakte arbeidskunst. En slechts als één draadje ontrafeld zou worden, zou uiteindelijk het
gehele weefsel-omdat het uniek was, gemaakt van zijn diverse samenstellende delen-vernietigd worden.
Daarom veroorzaakt het ons niet weinig pijn dat sommigen dit weefsel uiteenrafelen, dit meesterwerk en
anderen zijn gewoon onverschillig. Want op een dag zullen zij de Grote Kunstenaar tegenkomen, Hij die
dit Werk ingaf door de Heilige Geest.
"Zo zijn wij dan gezanten voor Christus, alsof God door ons vermaande. Wij bidden voor
Christus: Laat u met God verzoenen." (53)
"Daarom raad Ik u aan goud van Mij te kopen, beproefd in het vuur, opdat gij rijk wordt; en witte
kleren, opdat gij bekleed wordt en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt; en ogenzalf
om uw ogen te zalven, opdat gij ziet." (54)
"En hij die dorst heeft die kome; wie wil, neme het water des levens om niet." (55)
"Koop de waarheid, en verkoop ze niet, en wijsheid, en tucht en verstand." (56)
"O alle gij dorstigen! Komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt,
koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk!" (57)
Inleiding
De Cherubim Parallel
De Profetische Parallel
De Patriarchische Parallel
De Kleuren Parallel
De Slachtoffer Parallel
De Materialen Parallel
De Bedekkingen Parallel
Slotwoord
Bibliografie
top van pagina
AANHANGSEL
Dit schema toont de ingewikkelde relatie van beeld en tegenbeeld en de individuele verschillen, of
overeenkomsten, tussen de beelden.
|
Cherubs | Leeuw | Os | Man | Arend
|
|
(Ex.36:8; Ez.1) | (Majesteit; | (IJver; | (Menselijkheid; | (Hemels; |
|
| Spr.30:29-31) | Spr.7:22; 14:4; | Spr.3:4; 20:7) | Ex.19:4; Deut.32:11, |
|
| | Jer. 11:19) | | 12; Spr.30:19) |
|
O.T. profetie | Jer.23:5 | Zach.3:18 | Zach.6:12 | Jes.9:6 |
|
N.T.vervull. | KONING | DIENSTKNECHT | ZOON DES MENS. | ZOON V.GOD |
|
| Matt.2:2 | Mark.15:3-5 | Luc.2:52 | Joh.1:1 (verg.Hand.8: |
|
| | | |
32:35) |
|
Aartsvaders | Jozef | Jakob | Izaäk | Abraham |
|
|
(Koning) | (Dienstkn.) | (Zoonschap) | (Gelovige) |
|
Gen.41:41-44 | Gen. 29 | Gen.22:24 | Gen. 15:6 |
|
Kleuren | Scharlaken | Purper | Wit | Blauw (purper) |
|
(Ex.36:8) | (Koninklijk) | (Verheerl.lijden) | (Rechtvaardig) | (Hemels) |
|
Matt.27:28 | Mark.15:17 | Luc.23:11; Op.19:8 | Joh.19:2 |
|
Offers | Schuldoffer | Zondoffer | Vredeoffer | Brandoffer |
|
(Herstel) | (Verzoening) | (Gemeenschap) | (Volmaaktheid) |
|
Lev.5:16 | Ex.29:10 | Num.18:18 | Lev.1:3 |
|
Materialen | Koper | Zilver | Hout | Goud |
|
(Ex.35:5) | (Oordeel) | (Loskoping) | (Menselijkheid) | (Godheid) |
|
Op.1:15 | Matt.27:9 | Luc.23:31 | Matt.2:11 |
|
Bedekking | Ramsvellen | Zeekoevellen | Geitenhaar | Fijn linnen |
|
(Ex.36:8-19) | (Oordeel) | (Onaanzienlijke | (Afzondering | (Heerlijkheid en |
| |
Bescherming) | en Rouw) | Inwijding) |
|
Op.19:13 | Fil.2:7,8 | Luc.4:1 | Joh.17:5, 8-10.
|
Inleiding
De Cherubim Parallel
De Profetische Parallel
De Patriarchische Parallel
De Kleuren Parallel
De Slachtoffer Parallel
De Materialen Parallel
De Bedekkingen Parallel
Slotwoord
Aanhangsel
top van pagina
BIBLIOGRAFIE
Naslagwerken
Statenvertaling, Leeuwarden: A. Jongbloed, [g.d.]
Het Nieuwe Testament (Voorhoeve Vertaling), 4de druk, Apeldoorn: H.Medema, 1966.
Nestle-Aland, Greek N.T., London: United Bible Societies, 1963.
British & Foreign Bible Society's Hebrew O.T. with King James Translation, London: [g.n.][g.d.]
top van pagina
Ben-Jehuda's Pocket Dictionary, English-Hebrew, Hebrew-English, [g.p.][g.n.][g.d]
Boeken
Bellett, J.G. The Evangelists, Oak Park, Ill.: Bible Truth Publishers, [g.d.]
Bellett, J.G. The Patriarchs, Oak Park, Ill.: Bible Truth Publishers, [g.d.]
Chadwick, Henry. The Early Church, New York: Penguin Books, 1983.
Grant, F.W. The Numerical Bible, Matthew to John, Neptune, N.J.: Loizeaux Brothers, Inc., 1974.
Knapp, C. Joseph, a Fruitful Bough, Neptune, N.J.: Loizeaux Brothers, Inc., [g.d.]
Pressland, E.C. Foreshadows, Hong Kong: Christian Book Room, [g.d.]
Ridout, S. Lectures on the Tabernacle, New York: Loizeaux Brothers, 1973.
Scott, Walter. Bible Handbook, Old Testament, Charlotte, N.C.: Books for Christians, 1977.
Scott, Walter. Bible Handbook, New Testament, Charlotte, N.C.: Books for Christians, 1977.
Soltau, Henry W. The Tabernacle, Harrisburg, Pa.: Christian Publications Inc., 1965.
top van pagina
[Aantekeningen]
1. . Henry Chadwick, The Early Church (New York: Penguin Books, 1983), p. 43.
2. . F.W. Grant, The Numerical Bible, Matthew to John, (Neptune: Loizeaux Brothers, 1974),
p. 16.
3. . Idem, p. 17.
4. . Ibid.
5. . J.G. Bellett, The Evangelists (Oak Park, Ill.: Bible Truth Publishers, [g.d.]), p. 3.
6. . Walter Scott, Bible Handbook, New Testament (Charlotte, N.C.: Books for Christians,
1977, p. 109. Ik wijs u er hier op dat in Op. 4 de cherubs zes vleugels hebben, evenals de serafs in
Jes. 6. In Ez. 1 hebben ze vier vleugels.
7. . De meeste voorbeelden zijn genomen uit W. Scott, op. cit., pp. 111 ff.
8. . Van het Hebreeuws lawnmu [im-mah-noe-eel], d.i. 'God met ons'.
9. . hmlu [al-mah] (Jes. 7:14) duidt duidelijk op een maagd, zoals blijkt uit het gebruik van dit
woord in bijv. Gen. 24, Spr. 30:19 en elders. Het wordt het best vertaald als 'huwbare jonge vrouw'. De moderne vertaling van alleen 'jonge vrouw' is een late
ontwikkeling van de Hebreeuwse taal die nu in Israel van kracht is, het zgn. 'Ivriet'. De Griekse
Septuaginta heeft dan ook parqeno" [par-te-nos], een vertaling die de oude betekenis bevestigt.
10. . Bijvoorbeeld (naar volgorde) Zoon van God, Zoon des mensen, de grote Leraar, de grote
Zielenwinner, de grote Genezer, het Brood des Levens, enz. Inderdaad, hoewel Johannes zeer
eenvoudig Grieks schrijft, zijn de woorden die hij bezigt zeer diep van betekenis!
11. . Het Griekse woord voor gelijk hier is onzijdig meervoud, dus eigenlijk met de betekenis
van gelijke dingen (i*sa qew/, [ie-sa thè-ooj]): gelijke dingen aan/met God {de dativus, derde
naamval van associatie}; op deze manier wordt zijn almacht, eeuwig zijn, enz. gelijk aan God de Vader
gesteld.
12. . Jer. 23:5.
top van pagina
13. . Zach. 3:8.
14. . Zach. 6:12.
15. . Jes. 9:5 (Passende woorden worden schuin weergegeven voor de nadruk).
16. . Vergelijk de woorden van Paulus ". . . en heeft hem als hoofd boven alles gegeven aan de
gemeente". 'Als' is een accuratere vertaling dan 'om te zijn'.
17. . 'Uniek', of 'enig in zijn soort' is de juiste vertaling van het Griekse woord dat als
'eniggeboren' wordt vertaald.
18. . C. Knapp, Joseph A Fruitful Bough (Neptune, N.J.: Loizeaux Brothers, Inc., [g.d.]; J.G.
Bellett, The Patriarchs (Oak Park, Ill.: Bible Truth Publishers, [g.d.]), p. 238.
19. . Bijv. Henry W. Soltau, The Tabernacle (Harrisburg, Pa.: Christian Publications, Inc.,
1965), pp. 5 ff; S. Ridout, Lectures on the Tabernacle (New York: Loizeaux Brothers, 1973), pp. 40
ff.; E.C. Pressland, Foreshadows (Hong Kong: Christian Book Room, [g.d.], pp. 4, 5.
20. . Deze kleuren werden vervaardigd van de verfstof van wormen, weekdieren, van de eitjes
van de schildluis of iets dergelijks. Deze verfstoffen konden roodkleurig zijn of blauw en zo maakte
men rood of blauw purper.
21. . Rom. 11: 33.
22. . 1 Kor. 2: 10.
23. . Rom. 11: 34-36.
24. . Hebr. 10:1.
25. . Hebr. 9:24.
26. . 1 Kor. 3:10,11.
27. . 1 Kor. 6:19.
28. . 1 Pet. 2:5.
29. . De bijbelse term 'de wet' werd vaak gebruikt als een aanduiding voor het gehele O.T.
30. . Zie bijv. Walter Scott, Bible Handbook, Old Testament (Charlotte, N.C.: Books for
Christians, 1977), pp. 265 ff.; en F.W. Grant, op. cit. pp. 26 ff.
31. . Verg. 1 Joh. 1:7.
32. . 2 Kor. 5: 21.
33. . Dit is natuurlijk alleen waar voor mensen (verg. Hebr. 2: 16).
34. . Christus betaalde voor het hele universum dat onder de macht van Satan kwam (Joh. 1: 29;
1 Joh. 2:2). En op deze basis zal er eens een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn.
35. . Grant (op. cit. p. 27) leidt 'Elohi' van 'Elohim' af, maar dit is een fout. Want in dat geval
zou de Here 'Elohai' hebben geroepen. N.B. dit is Hebreeuws en niet Aramees (in het Aramees zou
het als 'Elahi' hebben geklonken).
36. . R.H.Hakvoort, Namen van God in het Oude Testament (Den Haag: Initiaal, 1992), p.69.
37. . Spr. 27:21.
38. . 1 Pet. 1:7.
39. . Spr. 2:2-5.
40. . Robijnen zijn zeldzamer dan diamanten. De populariteit van diamanten is gebaseerd op een
overdreven liefde voor luxe; zo niet in de Bijbel (tenzij dat dit moeilijke woord in het oorspronkelijke
Hebreeuws 'parels' betekent, zoals sommigen denken, of misschien '[rode] koralen').
41. . Spr. 3:13-15.
42. . Rom. 9:33 (aanhaling van Jes. 28:16; het einde is meer een soort parafrase).
43. . Mal. 1:14.
44. . 1 Kor. 11: 26, 27.
45. . Het Grieks heeft hier 'anthropos', dat wil zeggen een 'mens', een 'persoon'.
46. . 1 Kor. 11: 28, 29.
47. . Mat. 7: 23.
48. . Jes. 53:2-5.
49. . Joh. 6:66.
50. . Op. 19:11-16.
51. . Samuel Ridout, op. cit. p.96.
52. . In de bijbel is water, vooral 'levend' of 'stromend' water, meestal een beeld van de
werkzaamheid van de Heilige Geest in het toepassen van Gods Woord op onze harten. Het resultaat is
vreugde en het eindresultaat eeuwige vreugde-vaak voorgesteld door wijn.
53. . 2 Kor. 5:20.
54. . Op. 3:18.
55. . Op. 22:17b.
56. . Spr. 23:23.
57. . Jes. 55:1.