(Dit verhaaltje is niet opruiend of revolutionair
bedoeld. In feite denk ik dat in het algemeen de rijkste en machtigste landen
zijn wat ze zijn, omdat God ze zegent vanwege het grote aantal ware christenen
in hen.)
Drie biggetjes gingen naar de markt. Gerritsen, Janssen en de Jong waren
hun namen. Zij waren echt wat je noemt Epicuri de grege porci!
Het waren zeer gelukkige varkentjes, want dit was hun vrije avond!
Zij hadden een extra lange limousine gehuurd, wit aan de buitenkant en
zwart leder aan de binnenkant. Wat een auto! Terwijl zij over de hoofdweg
zweefden naar biggetjesstad, dronken zij champagne uit de bar van de limo.
Wat een pret hadden zij! Zij schaterden gewoon van het lachen!
Op de markt gingen zij naar het beeld van Venus, de godin der liefde van
biggetjesland. Daar begonnen zij de avond door haar de hulde te brengen.
Want dat was de gewoonte in biggetjesland. Het beloofde een fantastische
avond te worden. Zij gingen de bloemetjes buiten zetten! Want dit was de
favoriete bezigheid in hun land. Hun cultuur was totaal ingericht
om de cultleden heerlijk genot te geven.
De constitutie van biggetjesland garandeerde "het absolute recht om wat voor
plezier ook maar na te jagen". De rechtshoven van biggetjesland waarborgden
deze constitutie met de basisregel: "Alles wat gij wilt, zal geheel uw wet zijn".
Wanneer er een rechtszaak behandeld werd, trachtte de varkensrechter
uit te vinden in hoeverre de balans 'der pleziere' was aangetast.
De getuigen werden bezworen om 'het plezier, het hele plezier en niets dan
het plezier' te verklaren.
Met deze sociale wetgeving in hun geweten, gingen onze drie biggetjes hun
best doen om zichzelf te plezieren. Zij begaven zich naar het biggetjeshuis van
plezier en namen deel aan de stuif-in die daar aan de gang was. Er was voor
veel voedsel gezorgd en modderbaden om aan het einde van het feest in te
slapen. Zij vertierden zich tot in de vroege uurtjes en vervolgens sliepen
zij een gat in de dag.
Toen de zon al hoog in het zenith stond, ontwaakten onze drie vriendjes
met hun respectievelijke katers. Na een poosje gingen zij naar buiten.
Daar, tot hun grote verrassing, stond een schaap.
"Wat doe jij hier in biggetjesland," vroeg één van hen.
"Ik ben hier om jullie te waarschuwen voor de boeman. Op een dag zal
hij jullie allemaal te pakken nemen".
"Bah, nonsense!" antwoordde een ander.
"Nee, echt niet! Als jullie met mij meegaan, dan zal ik jullie
naar mijn land leiden. Onze herder zal schapen van jullie maken en jullie
zullen veilig zijn en niets te vrezen hebben. Bovendien hebben wij mals
groen gras, kalme wateren en nog veel meer!"
"Belachelijk! Wij willen niet naar die gekkenhoeve van jullie.
Wij willen ons leven niet opgeven, voor niets. Wij zijn biggetjes".
"Wel, in ieder geval heb ik jullie gewaarschuwd".
"Ga weg, stom ding, naar waar je ook maar vandaan komt. Wij zijn geboren
als varkens en wij zullen sterven als varkens!"
Maar, zoals men zegt, aan al het goede komt een einde. Want de gelukkige
biggetjes hielden geen rekening met de grootste vijand van hun staat--
de biggenboeman! In het verleden waren er eens hete debatten gevoerd
over zijn bestaan. Maar de meeste biggetjes vervielen tot ongeloof, behalve
de biggenboeman aanbidders. Maar zij werden als waanzinnigen beschouwd
en in het algemeen niet gezien.
De biggenboeman hield er de volgende techniek opna. Steeds wanneer hij
biggen wilde vangen, strooide hij bepaalde pillen op de grond. Alle biggetjes
waren totaal gek op deze pillen! Zij verorberden ze zonder erbij na te denken
en zij realiseerden zich niet dat ze op deze manier een bepaalde richting ingeleid
werden. Wanneer het te laat was, grepen de haken hen en tilden hen op uit het
biggetjesleven zonder dat ze ook maar een kans hadden. Dan greinsde de
biggenboeman:
"Hebbes, meer voedsel voor de boemanfabriek! Ik kan de ham nu al
ruiken--."
Kort Verhaal / 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6 / 7

| INSTITUTIO
SCRIPTURARUM
|
|
top