"Naar de hel met die school!" zei Willem
tegen zijn ouders.
"Je weet niet wat je zegt," antwoordde zijn moeder. "Een goede opleiding
zal je een goede baan bezorgen. Of wil je de rest van je leven doorbrengen
als een vuilnisman?" Zijn vader had het al geruime tijd opgegeven om Willem
op betere gedachten te brengen.
"Nee, ik word gewoon pooier!" Hierop gooide zijn moeder haar armen de
lucht in om aan haar gevoel van hopeloosheid uiting te geven. Ze wist wel
dat hij het niet echt meende, maar zijn spot deed haar pijn.
"Bovendien kan ik altijd in ploegendienst ergens redelijk verdienen".
Willem was zestien jaar oud en snel op weg om niet eens de middelbare school
te voltooien door eruit gemikt te worden. Hij presteerde gewoon niets en het
kon hem ook niet schelen. Hij besteedde al zijn aandacht aan het opbouwen
van zijn conditie d.m.v. diverse sporten. Zijn leraren haddden het ook al
lang opgegeven om hem te waarschuwen. Het duurde dan ook niet lang of hij
verliet de school; tot niemands verwondering. Hij had verscheidene baantjes
achter elkaar, maar het kostte hem de grootste moeite om aan ze vast te houden.
In de tussentijd at en sliep hij thuis. Zijn ouders wisten niet wat ze met
hem moesten doen.
Op een dag vernam Willem over de radio, hij was toen zeventien, dat een
plaatstelijke priester gearresteerd was voor ontucht met minderjarigen. Dit
vond hij een prima reden om niet meer naar de kerk te gaan. Die avond
aan tafel zei hij: "Naar de hel met priesters, dominees, kerken en de rest!
Het zijn allemaal huichelaars. Vanaf nu ga ik niet meer naar de kerk met
jullie".
"Je bent niets anders dan een verwend nest", gooit zijn vader eruit.
"Ja en wie verwende mij dan?" antwoordt Willem ad rem en gooit de deur
dicht en gaat naar zijn kamer. Zijn vader heft zijn armen op in wanhoop.
"Wat zal ervan ons kind terecht komen?" zucht zijn moeder, meer in zichzelf
dan tegen haar man.
"Misschien wordt hij toch nog een souteneur", zegt zijn vader sarcastisch.
"Zeg zulke dingen toch alsjeblieft niet. Ik stik al helemaal van de
zenuwen", merkt z'n jongere zusje op.
Op zijn achtiende vindt Willem een baantje waar hij aan vast houdt, want
nu doet hij zijn best. Zijn vader zegt tegen hem dat hij nu kostgeld moet
betalen.
"Naar de duvel met thuis, dan; ik betaal geen cent! Ik weet een kamertje
dat minder kost". Zegt Willem impulsief.
"Jongeman, je kan beter maar wat meer respect tonen tegenover je ouders.
Wij hebben hard gewerkt voor jou sinds de dag dat je geboren werd!" zegt zijn
vader boos.
"Of anders?" antwoordt Willem gewoon. Zijn vader staat op en geeft hem een
oorvijg. Willem is er perplex van. Dan, zonder een woord te zeggen, pakt hij
zijn koffer en verlaat het ouderlijk huis; om nooit meer terug te keren.
Die week slaapt hij bij een vriend en maakt zijn huurkamertje klaar.
Op vijfentwintig jarige leeftijd is Willem zijn baas zat. "Naar de hel
met bazen", moppert hij in zichzelf. Hij heeft wat geld gespaard en begint met
het verkopen van verzekeringen. Hij leest veel boeken over positief denken.
Hij leest ook een boek over lichaamstaal. Hij leest het steeds en steeds maar
weer tot hij denkt dat hij zijn potentiële klanten kan lezen als een boek.
Hij werkt heel hard en spaart zo veel mogelijk. Zijn superieuren prijzen hem
praktisch constant, maar raden hem aan wat meer van het leven te genieten.
"Koop toch een leuke sportauto en een chic huis of apartement!" Zei zeiden
dit echter omdat zij bang waren hem te verliezen in het geval hij teveel
geld spaarde. Willem antwoordt hun dat, indien hij met een flitsende
bolide bij zijn klanten aankomt, hij misschien niet zoveel zal verkopen.
Op zijn zevenentwintigste heeft hij al menige relatie achter de rug. Maar dan
vindt hij een meisje met wie hij wil samenwonen. Maar na een jaar gooit hij
haar eruit en zegt tegen haar: "Naar de hel met jou en wat betreft met alle
wijven!" Het meisje vertrekt met een zwaarmoedig gemoed, want zij heeft
zeer haar best gedaan om de relatie een succes te maken, maar tevergeefs. 'Ik ga gewoon naar
de hoeren', mompelt Willem in zichzelf.
Op zijn tweeëndertigste heeft Willem genoeg geld gespaard om een franchise
te kopen. Hij heeft schoon genoeg van verzekeringen en van klanten met al
hun vragen en eisen. "Naar de hel met verzekeringen!" Willem blijkt een
slim zakenman te zijn. Zijn franchise loopt als gesmeerd. Hij is een uitstekend
organisator, leert zichzelf verstand van boekhouding, is ook nog een effectieve
manager en bewijst zijn sporen ook op technisch gebied. Op zijn achtendertigste
bezit hij diverse franchises. Maar hij wordt steeds ongeduldiger met zijn
werknemers en ook met zijn klanten. Dus zegt hij, u raadt het: "Naar de hel
met ze allen! Ik ga alles verkopen en begin met iets anders.
Met nieuwe moed en kunde maakt hij een begin met het bestuderen van
de effectenhandel. Nu is hij vijfenveertig. Na het aandachtig volgen van
de markten voor geruime tijd, vangt hij aan met voorzichtige speculaties.
Niet lang daarna wint hij veel meer dan hij verliest. "Het geluk is weer
met me!" zegt hij tegen een bevriend zakenman. Zij gaan zijn eerste
successen vieren in een nachtclub. Zij maken er echt een zeer wilde nacht
van. Terwijl zij in de taxi stappen, want ze zijn veel te dronken om zelf te
rijden, zegt Willem tegen zijn vriend: "Man, ik hoop dat ik dit nog vele
keren met je mag herhalen!"
"Ja en hartelijk bedankt dat je voor alles hebt betaald", antwoordt zijn
vriend.
"Geen dank, man. Het is mij een plezier".
Willem's fortuin blijft maar groeien. Hij krijgt politici, professoren,
rechters en anderen in zijn vriendenkring, alsmede vele beroemde mensen.
Maar na een poosje, hoe kan het ook anders, wordt hij ook dit zat. Hij besluit met
werken te stoppen en een wereldreis te maken. Hij is nu multimillionair.
"Naar de hel met de markten en effecten! Naar de hel met de hele santenkraam!"
Willem leeft een vrij wild leven met vele jongedames en in pure luxe.
Hij wordt een echte charmeur en heeft altijd jonge vrouwen om zich
heen. Hij heeft een voorliefde voor jonge dames, want die zijn volgens hem
nog niet zo teleurgesteld in het leven. Ze zijn fris en handelbaar in zijn
ogen. "Oh, die lekkere meiden, ze geven mij zoveel plezier!" Hij neemt ze
mee op zijn zeejacht en rijdt met ze rond in zijn peperdure mercedes. En
bedrijft de liefde met ze in zijn villa.
Maar op zijn vijfenvijtigste vertelt zijn arts het ernstige nieuws,
namelijk dat hij kanker heeft. Op het eerst dringt het niet gelijk tot
hem door.
"Wat zegt u?"
"Sorry, Meneer Berends, maar u heeft een ernstige vorm van kanker, leukemie".
"Oh, nee! Is er niets dat gedaan kan worden?"
"Ik stuur u naar de beste specialist".
"O.K. Misschien heeft God medelijden met mij".
"Amen", antwoordt de dokter.
Maar de specialist, na uitgebreide testen, zegt dat hij ook nog eens leverkanker
heeft. Hij heeft nog maar een zeer korte tijd om te leven. Met een gebroken
hart gaat Willem naar huis die dag. Zijn leven van luxe en plezier is plotsklaps
betekenisloos geworden. De volgende dag bezoekt hij zijn notaris en
laat aanzienlijk veel van zijn geld aan wat liefdadigheidsinstellingen na. Het meeste gaat echter
naar zijn vriendinnen en ex-vriendinnen. Zijn lieveling, eine üppige Blondine, krijgt het
meeste.
Een laatste en groots feest wordt gegeven. Ze weten niet echt wat zij hem
moeten zeggen. Zij dansen, lachen en drinken tot diep in de nacht. Bij het
weggaan, klemmen zij zonder bijna iets te zeggen zijn handen.
Op zijn sterfbed laat hij zijn grote lieveling, degene met de lange
blonde haren en de aanlokkelijke boezem, komen en zegt tegen haar:
"Ik wil deze wereld! Ik snak naar deze wereld! Kon ik nog maar voor tien
jaren tekenen!" Zij zegt niets, maar een paar tranen lopen uit haar ogen.
Zij neemt hem in haar armen, drukt hem tegen zich aan. En zo sterft hij, in
diepe zielswanhoop.
Klik hier om het volgende verhaaltje te lezen.
Kort Verhaal / 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 7 / 8

| INSTITUTIO
SCRIPTURARUM
|
|
top