Op een keer werd er een jongen geboren in
Duitsland. Hij had toevallig de ongelukkige naam Fritz Hitler.
Terwijl hij groter werd, groeide zijn interesse in geschiedenis navenant.
Op een dag ontdekte hij bij toeval het boek 'Mein Kampf' door Hitler, zijn verre
oom. Dit was voorbestemd om te gebeuren want zijn vader bezat een grote bibliotheek
met N.S.D.A.P. materiaal. Thuis praatten zij nooit over de tweede wereldoorlog,
Joden of fascisme. Maar zijn vader koesterde nog steeds sommige van de emoties
uit de tijd van Deutschland über Alles. Fritz werd meer en meer
gefascineerd door de ideeën en het karakter van Hitler. Op twaalfjarige
leeftijd droomde hij van de Arische broederschap; maar hij mocht geen lid
worden van de plaatselijke vereniging omdat hij te jong was. Maar toen hij
zestien werd, sloot hij zich bij een neonazi groep aan. Echter zijn ouders
emigreerden naar de Verenigde Staten. Het duurde niet lang of
hij had de plaatselijke KKK gevonden. Hij verafgoodde ze als de helden van
de dageraad van een nieuw tijdperk. Vanaf die tijd stond hij erop dat zijn
vrienden hem Adolf noemden, net als zijn idool en ver familielid.
Niet lang daarna wordt hij schizofreen, maar zijn vrinden van de KKK merken
er niets van. Integendeel, zij kicken op zijn enthousiasme en enorme energie.
Hij wordt uitgenodigd om een toespraak te houden tijdens de volgende
bijeenkomst. In het hulst van de nacht verzamelen ze zich bij het plaatselijke
meer. Zij verbranden een kruis aan de oever. De wind blaast over het meer en
de golven slaan tegen de rotsen, terwijl hij zijn theatrale vertoning ten
beste geeft. Hij gooit al zijn passie in de alleenspraak.
"Zoals de rotsen hier de kracht van de golven weerstaan, zo moeten wij
voor onze overtuiging staan." Zijn toehoorders knikken hun hoofden ter ondersteuning.
"Maar we moeten niet alleen voor ons geloof uitkomen, we moeten ook handelen
volgens onze overtuigingen. Laten wij daarom deze nacht tot een glorieus einde
brengen door de plaatselijke Joodse begraafplaats te vernietigen. Als er iemand
het hier niet mee eens is, laat hem nu weggaan en zijn mond houden; zodat wij
zijn verraad niet vergelden." De andere klanleden schreeuwen en zijn het allemaal
met hem eens. Aan het einde van zijn speech schut Fritz zijn beide vuisten
in de lucht en daarna slaat hij met kracht zijn rechter vuist in de palm van
zijn linker hand.
De gemoederen waren zo heftig bewogen door Fritz dat de leiders, in plaats
van jaloers te zijn over zijn hoofdrol, zij alleen maar deste meer de meute
aanspoorden om dit verachtelijke plan onmiddellijk uit te voeren. De groep
hooligans sluipten in de donkerte naar de afgelegen begraafplaats,
waar zowel oude als nieuwe graven lagen. Zij vertrapten de bloemen, trokken de grafstenen om en braken
alles wat in hun weg stond af. En zo verstoorden zij op brute wijze
de eeuwenoude deftige vrede van deze begraafplaats. Daarna vertrokken zij
met hun hoofden hoog, behalve Fritz. Hij bleef die hele nacht achter, terwijl
hij heen en weer liep op een gedesoriënteerde manier. Hij was dronken van
zijn overwinning en totaal te ecstatisch om slaap te vatten of om redelijk te
denken. Hoognerveus schoten krankzinnige gedachten door zijn hoofd. Dan zag
hij zichzelf als een groots leider, een Führer, en dan weer
zag hij zichzelf aan het hoofd van een wereldwijd leger dat alle Joden en
homosexuelen uitroeide. De zon begon te schijnen en langzaam vormde er zich
een plan in zijn schizoïde verstand. Een oude Joodse winkelier had
eens tegen hem opgestaan en hem gewaarschuwd. Terwijl het plan vorm kreeg,
zo groeide zijn passie. Hij ging naar huis en pakte zijn stiletto. Omdat
het nog behoorlijk vroeg was, schreef hij wat onsamenhangende motto's op in
zijn dagboek die hij 'Hitlers Uitspraken' doopte. Hij verliet het huis
enige tijd later en wachtte de winkelier af.
Uit de verte zag hij een meisje aankomen. Zij had prachtig lang haar tot op
haar heupen, zo zwart als jade. Haar gang was zeer gracieus en zij was klassiek
gekleed. Het duurde niet lang of hij herkende haar.
"Dat is Naomi, zijn jongste dochter. Wel, wel ik zal haar hartelijk
verwelkomen!" mompelde hij.
Zij kende hem echter niet. Hij ging tussen haar en de deur staan. Het idee
om haar ter plekke te verkrachten schoot door zijn warrige hoofd. Maar toen
sprak zij hem al aan.
"Wie ben jij en wat doe je hier?" Zijn ogen lichtten op terwijl
een antwoord plotseling in hem opkwam.
"Ik ben Judas gereïncarneerd als een Ariër om de Joden af te slachten!"
En toen trok hij zijn stiletto, opende het en trof haar midden in haar hart
met een Blitz manoeuvre.
Klik hier voor het volgende verhaal.
Kort Verhaal / 1 / 2 / 4 / 5 / 6 / 7 / 8

| INSTITUTIO
SCRIPTURARUM
|
|
top